De Buurjongen

Twee weken terug was ik in de bibliotheek van Overschie waar Jan Siebelink vertelde over zijn nieuwe boek: de Buurjongen. Ik dacht terug aan het mooie programma Recht van Spreken van omroep MAX dat ik tijdje geleden zag. Siebelink raakte mij toen ook door zijn haperende antwoord op de vraag of hij nog gelovig is, zijn angst voor eindigheid en zijn verlangen naar betekenisvol leven. In het interview zegt hij dat hoopt na de dood zijn ouders terug te zien en dat alles ‘weer heel wordt’ zoals hij dat in jeugd ervaren heeft. “Ik ben eigenlijk nooit ouder geworden dan 11, zegt hij, ik heb dat naïeve behouden”

Die jongen klinkt door in zijn nieuwste boek. Hoofdpersonage is Henk Wielheesen, buurjongen van de kwekerij van de familie Sieves (het gezin uit Knielen op een bed violen). Henk is een jongen met zachte ogen, die slecht uit zijn woorden kan komen en niet voor het geluk geboren lijkt; hij verliest op zijn elfde zijn moeder en moet naar speciaal onderwijs. Hij werkt graag op de tuinderij van buurman Sieves. Hij heeft een wonderlijk talent om Latijnse plantennamen te onthouden. Het boek beschrijft zijn jeugd, zijn huwelijk met Anna, de relatie met zijn dochter Guusje en de vriendschap met buurjongen Ruben.

Een recensent van het literaire blog Tzum vond het boek zwaarmoedig en niet bijster opbeurend. Op mij had het tegenover gestelde effect. Ik werd geraakt door de tedere manier waarop Siebelink de zonderlinge Henk beschrijft, en ik putte juist troost uit de trouw en liefde die het boek ademt. Zoals dat dorp dat als vanzelfsprekend Henk een plek biedt in de plaatselijke zagerij als hij na een zware zenuwinzinking niet meer op de kwekerij kan werken (‘wij doen niet aan sociale werkplaatsen’) Zoals Anna op haar eigen nurkse manier probeert een weg te vinden in haar huwelijk met deze onbegrijpelijke man. En Ruben, hoogleraar op de universiteit, die ervoor kiest in de buurt van het dorp te blijven om voor zijn vriend te zorgen.

Een oer-Hollands boek vond ik het ook; met warmte voor die Calvinistische tobbers op het vlakke land en die mystieke religiositeit die Siebelink zo mooi beschrijft:

Henk Wielheesen onderging de sfeer van de flakkerende kaarsen, de muren met het oude voegsel, die het gebed uitzweetten van de geslachten die hem waren voorgegaan. Een kindergebed kwam in hem naar boven:

Met mijn handen samen

En mijn ogen dicht

Kom ik met U praten

Vader van het licht.

(..) Wielheesen werd opgenomen en meegevoerd naar een warm diepzinnig slaapvertrek, naar een gebied dat hem vertrouwd voorkwam. Zijn handen beefden niet meer, lagen over elkaar. Hij was heel kalm, want niets kon hem deren.

Dat verlangen naar heelheid, naar die plek waar alles goed is, is waarschijnlijk ook datgene wat Siebelink zelf hoopt te vinden als het aardse leven ophoudt. Ik vind het ontroerend mooi. Hoop dat hij nog veel boeken schrijft voor het zover is. Ik heb Jan Siebelink belooft hem te laten weten wat ik van zijn boek vond. Bij deze.

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+Share on LinkedInEmail this to someone

Stranger in Paradise

Aanstaande donderdag geef ik –weer- cursus aan vrijwilligers die met statushouders werken, nu vanuit de gemeente (jawel nu als ZZP-er!) Naast een bijeenkomst over religieuze verschillen, geef ik de eerste cursusavond informatie over de asielprocedure. Naast feiten en filmpjes uit de asielzoekmachine (www.asielzoekmachine.nl) lees ik een passage voor uit ‘Hoe ik talent voor het leven kreeg’ van Rodaan al Galidi en geef ik tips voor documentaires en artikelen. Zondagavond keken Marien en ik ‘Stranger in Paradise’ van de Nederlandse filmmaker Guido Hendrikx. De Volkskrant schreef:

Een wrange, pijnlijke les, dat is Stranger in Paradise. De film die het laatste IDFA opende en op datzelfde festival een speciale juryprijs won, dwingt je voortdurend je opvattingen omtrent de migrantenstroom onder ogen te zien.

Hendrikx’ stijl is kaal, realistisch en confronterend; een combinatie van fictie en documentaire. Zijn stijl wordt in recensies vergeleken met die van Deense regisseur Lars von Trier. Migranten krijgen in een Siciliaans klaslokaal ‘les’ over hun toekomstperspectief. In iedere akte stelt de leraar zich anders op. De verschillende (rechtse, linkse en bureaucratische) visies binnen het vluchtelingendebat worden in dit klaslokaal nu eens face to face tegen de migranten gezegd. Je kunt als kijker niet wegkijken.

Inderdaad een pijnlijke les. En vooral eentje die bij mij de hele week blijft hangen en meespeelt in de voorbereidingen voor donderdag.

Ik ben hier geboren en jullie zijn daar geboren.

De wereld is niet eerlijk. 

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+Share on LinkedInEmail this to someone

Schitterende Ruïnes

onze trouwkaart geschilderd door Leonie

Een troost blijft:

Er is in ieder woord een woord,

Dat tot het onuitspreekbare behoort;

Er is in ieder deel een deel

Van het ondeelbare geheel,

Gelijk in elke kus, hoe kort,

Het hele leven meegegeven wordt.

Deze woorden stonden op onze trouwkaart in 2008. Het komt uit de novelle Drie Rode Rozen van Abel Herzberg. Het hele gedicht heet ‘Alles is fragment’. Ik weet nog dat het diepe indruk op me maakte toen ik het las. Het schrijft over  ‘het grote Mysterie van het Leven’. Soms ervaar je even iets van dat geheim, het hele leven in een fragment gevangen. Het is een ervaring die je niet van te voren kunt plannen of organiseren, soms overkomt het je.

Dit gedicht kwam weer bij mij op toen ik het boek ‘Schitterende Ruïnes’ van Jess Walter uit had. Ik griste deze roman op het laatste moment mee bij de boekhandel omdat ik Cinque Terre op de voorkant herkende. Marien en ik waren in 2006 aan de Ligurische kust en we maakten de prachtige wandeling tussen de vijf plaatsjes. De kleuren, de geuren (van citroenen die langs de route verkocht werden) staan me nog helder voor de geest.

Deze roman speelt zich af in datzelfde Cinque Terre in 1962, waar de twee hoofdpersonen -een Italiaanse jongeman en een Amerikaanse actrice- zo’n moment-in-time beleven. Vervolgens neemt de auteur je mee naar verschillende plekken, decennia en levenslopen om ze uiteindelijk in het ontroerende slothoofdstuk samen te brengen.
De titel ‘Schitterende ruïnes’ is gebaseerd op een uitspraak uit vier lange interviews met acteur Richard Burton uit 1980 (Burton speelt ook een rol in de roman). De interviewer schreef: “Burton was met vierenvijftig jaar al een schitterende ruine, en was ongekend charismatisch”.

Schitterende ruïnes als een verwijzing naar de sporen die het leven achterlaat. Op alle denkbare manieren. Het boek speelt met de gedachte die we allemaal weleens hebben. Als het allemaal anders was gelopen; als ik andere keuzes zou hebben gemaakt, als ik met die liefde verder zou zijn gegaan, hoe zou mijn leven dan zijn geweest? Het gaat over keuzes en verantwoordeljkheid, over roem en spijt, over vergankelijkheid en schoonheid, over alles wat voorbij gaat en dat wat blijft. Het is een prachtig boek.

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+Share on LinkedInEmail this to someone

De Onderwerping

Voor onze leesclub las ik de Onderwerping van Michel Houellebecq. Het boek is verwarrend, maar de situatie rond het verschijnen is met recht absurd te noemen. Op de dag van de aanslag op Charlie Hebdo stond Houellebecq op de cover van het blad en stond er een interview met hem in. Het boek zou een felle aanval op de islam zijn. Cartoonisten en journalisten werden vermoord terwijl ze hierover vergaderden.

De Onderwerping vertelt over een eenzame, aan droevige seks verslaafde professor aan de Sorbonne in Parijs. Het is aan de vooravond van de verkiezingen 2022. De (fictieve) Moslimbroederschap verslaat Marine le Pen en Frankrijk verandert binnen een paar maanden in een moslim-staat. Het idee wat Houellebecq uitwerkt is spannend: het land van de vrijheid, gelijkheid en broederschap verandert geruisloos in een land waar de “sharia-light” wordt ingevoerd inclusief polygamie voor mannen. Ik vond het niet erg geloofwaardig dat alle burgers (waarvan de helft vrouw..) stilzwijgend akkoord gaan met deze omwenteling. Het boek bevat niet alleen islam-kritiek. Het hekelt misschien nog wel meer de westerse samenleving.

Christiaan Weijts van de Groene Amsterdammer merkt op dat er een verwantschap tussen Houellebecq en de islam is:

Allebei zijn ze fel gekant tegen de consumptiemaatschappij en andere verworvenheden van het vrije Westen. Allebei geloven ze dat dit systeem ten dode is opgeschreven. En zolang er geen eigen alternatief vanuit het Westen komt tegen de malaise zal een religie in dat gat springen, is de hypothese van deze roman.

De analyse is prikkelend. Maar Houellebecq heeft wel een heel zwartgallig mens-en wereldbeeld. Enerzijds is er de cynische, intellectueel zonder enige vorm van zingeving, en een moslim die aast op islamisering van heel Europa. De hele wereld hangt aan elkaar van macht en opportunisme. Ik heb toch de hoop -en de ervaring -dat er tegenkrachten zijn; mensen waar je aan op kunt trekken, ontwikkelingen die hoopgevend zijn (zoals de overwinning van Macron) en vormen van levensbeschouwing die meer zijn dan een rechtvaardiging van eigenbelang.

Houellebecq staat bekend als een ‘bezopen provocateur’ waar je voor of tegen bent. Ik zou niet graag een avondje met hem doorzakken, maar –eerlijk is eerlijk- zijn boek zorgde wel voor een zeer boeiende gespreksavond.

 

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+Share on LinkedInEmail this to someone

Zwitserleven

Zwitserland! Een land waar ik mee groot gebracht ben. Als jong meisje ging ik al met mijn ouders naar de Alpen; met een wandelstok de bergen in. Een van mijn eerste spreekbeurten op de basisschool ging over Zwitserland. Ik had informatie opgevraagd bij ‘het Zwitsers verkeersbureau voor toerisme’ en kon op mijn 10e een ieder vertellen dat er vier talen worden gesproken en dat Zwitserland neutraal was in de Tweede Wereldoorlog.

Dat laatste ben ik met toch iets andere ogen gaan bekijken na het lezen van de roman Gustav en Anton van auteur Rose Treman. Het speelt zich af in een klein Zwitsers stadje tijdens en na de Tweede Wereldoorlog. In de loop van het boek wordt duidelijk dat Zwitserland/de Zwitserse banken niet zulke schone handen had als gedacht. De levens van de twee jeugdvrienden Gustav en Anton worden hier (mede) door bepaald. Het boek gaat over vriendschap maar misschien nog wel meer over liefde; het zoeken ernaar en het onvermogen om het uiten. De Zwitserse moraal wordt Gustav door zijn bijles-leraar al op jonge leeftijd haarscherp bijgebracht: 

‘Zwitserland moet zijn als een kokosnoot. We beschermen onszelf –alle goede dingen die we hebben en die we zijn- met een harde vastberaden maar rationele houding, onze neutraliteit’

Zelfbeheersing en rationaliteit zijn belangrijke waarden die enerzijds sterk de sfeer van het boek bepalen. Anderzijds is het juist een extreem emotioneel boek waar personages sterk door hun driften, angsten en geheimen worden geleid (het eerste leidt waarschijnlijk ook wel tot het tweede..) The Guardian noemde dit boek een soort Zwitserse Stoner maar dat durf ik te betwisten. Hoewel ik met heel veel plezier heb gelezen, komt het wat mij betreft niet bij de subtiliteit van Stoner in de buurt. De oorspronkelijke titel is the Gustav-Sonate en dat past eigenlijk beter bij het boek. Het gaat namelijk hoofdzakelijk over Gustav, en hoe hij geworden is wie hij is.

Zo snel Siem zin krijgt om te gaan bergwandelen, gaan we naar Zwitserland en herlees ik Gustav en Anton gewoon nog eens op de balkon van een chalet. Daar komt het misschien nog beter tot zijn recht dan aan de Normandische kust..

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+Share on LinkedInEmail this to someone