Die van hiernaast

In de bibliotheek pakte ik een boek van de plank van een onbekende auteur. Mijn ervaring is dat dat tot aangename verrassingen kan leiden. Daarbij hielp ook wel de aanbeveling van The Sunday Times op de achterflap: “Een van de meest bijzondere boeken van het jaar”. The woman next door is geschreven door de Zuid Afrikaanse Yewande Omotoso, kind van een Nigeriaanse vader en Caribische moeder.
Het boek gaat over twee bejaarde buurvrouwen in een sjieke woonwijk van Kaapstad die elkaar het licht in de ogen niet gunnen. Hortensia is een verbitterde zwarte vrouw. Marion is een bekrompen witte vrouw. De context is Zuid Afrika na de apartheid waar alle raciale spanningen in de personages van Hortensia en Marion haarscherp tot uitdrukking komen. Ze treffen elkaar bij het buurtcomité en doen geen moeite om hun weerzin van elkaar te verbergen. Dat leidt tot sarcastische komische dialogen. Hortensia en Marion hebben beiden een succesvolle carrière achter de rug als respectievelijk ontwerper en architect maar hun privéleven is bedroevend. Ze zijn niet voor niets geworden zoals ze zijn.

Gedurende het boek leer je beide personages kennen en je krijgt zelfs wat sympathie voor de twee nukkige oude taarten. Tussen de regels door lees je hoe het er ten tijden van de apartheid aan toe ging, en hoe dat in hedendaags Zuid Afrika doorwerkt.  Het is een geestig en prettig geschreven boek met een boeiende verhaallijn. Ik was nieuwsgierig of er uiteindelijk toch tot een zekere toenadering of verzoening zou komen. Of dat gebeurt zal ik niet verklappen.

Uiteindelijk trof mij eigenlijk de eenzaamheid van beide vrouwen het meest. Vrouwen zoals ik ze soms ook tegenkom in het verpleeghuis. Eric van Loo dicht een treffend portret:

PORTRET

Ze zit daar in haar stoel

bij het raam. De telefoon

rinkelt niet, het uitzicht

verandert weinig van dag tot dag.

Verjaardagen vervagen

tot herinnering aan kleurige

slingers, aan cadeautjes die

zoveel groter leken in papier.

 

Hier hoef je niet meer te komen,

zal ze zeggen. Ze oefent zinnen

van afwijzing, een geheven kin,

venijn door woorden geweven.

Lang geleden. Vastbesloten.

Alles klopt. Niemand klopt meer.

BewarenBewaren

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+Share on LinkedInEmail this to someone

Was getekend

Vrijdagavond bezocht ik samen met mijn moeder de musical over het leven van Annie MG Schmidt. Het was heerlijk om de bekende liedjes te horen, te lachen om de geestige teksten (We doen samen met 1 vrijer, hij heet Nico, Nico Meijer!) en te genieten van het talent van de acteurs en muzikanten. De musical is gebaseerd op ‘een gesprek’ tussen zoon Flip en zijn moeder na haar overlijden waarin hij vragen aan haar stelt over haar leven. Niet alleen de grappige spitsvondige Annie MG wordt daarmee getoond, maar juist ook haar kwetsbare en zwakke kanten. Tragisch waren bijvoorbeeld de laatste jaren van het leven met haar grote liefde Dick van Duijn. Dick was de laatste drie jaar van zijn leven ernstig depressief. In de aflevering ‘Hoge Bomen’ uit 2003 vertelt Flip dat zijn vader Dick naar Frankrijk wilde verhuizen omdat hij geen mensen meer kon verdragen. Annie ging met hem mee maar had heimwee naar Nederland en haar vrienden. De depressie van Dick trok een zware wissel op hun beiden. Uiteindelijk helpt Annie hem als hij pillen inneemt om zijn leven te beëindigen. Na zijn overlijden keert ze terug naar Amsterdam en dompelt ze zich onder in in de roem en het succes. Maar haar creativiteit lijkt opgedroogd als Dick er niet meer is.

Simone Kleinsma vertolkt de rol van Annie MG Schmidt weergaloos en ontving hiervoor een musical-award. Zij verloor afgelopen jaar haar partner waardoor het toch al ontroerende nummer Leeg zonder jou een extra lading krijgt. Bij de uitreiking zegt ze:

“Ik ben enorm vereerd met het winnen van deze prijs. Dat na een bizar jaar waarin ik in een rollercoaster van diep verdriet en vreugde zat. De afgelopen maanden ben ik omringd door liefde die me de kracht gaf om door te gaan. Net als Annie M.G. heb ik moeten vechten tegen het verdriet, maar door haar heb ik ook geleerd dat je humor nodig hebt om door te gaan”

BewarenBewaren

BewarenBewaren

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+Share on LinkedInEmail this to someone

Halleluja

De afgelopen weken heb ik mij ondergedompeld in mijn nieuwe baan en ben ik druk geweest met de verzorging van de winterse griep-patiënten hier in huis. Hoewel de eerste ervaringen als geestelijk verzorger heel goed zijn, is Halleluja toch niet de samenvatting van mijn eerste werkweken.

Halleluja is de titel van de verhalenbundel die ik las van de Vlaamse auteur Annelies Verbeke. Een hele roman lezen lukte niet erg met mijn vermoeide hoofd, vandaar deze verhalenbundel. Ze zijn geestig en razend knap geschreven, maar soms wel erg kort en te absurd naar mijn smaak. Een vrouw die bij het ontwaken in een schurftige oude beer is veranderd. Een dochter die haar bejaarde moeder in een verpleeghuis brengt waar een sexy robot zich over haar ontfermt. Of een sportschool medewerkster die verliefd wordt op een rossige Turk die door de anabolen impotent is geworden.. Het eerste verhaal vond ik echter briljant. Het wordt beschreven vanuit het perspectief van een huilbaby die in de toekomst kan kijken (‘hij is nog alwetend’)

En dan overvalt het me weer, het snikken, verheft zich opnieuw een golf vooruitzichten vol verlies. Melktanden, grootouders, huisdieren, vrienden, massa’s sjaals, mutsen, liefjes, mijn haren, mijn vertrouwen, die twee. Ik vind het zo treurig dat wat ik kwijt zal raken weer de overhand krijgt, dat ik al bijna drie maanden oefen maar me niet beter weet te bedwingen. Weer moet ik hen wakker maken, een rover zijn. Samen met mijn gemoed hebben mijn longen zich gevuld en ik zet het al op een brullen, plas mijn luier warm en voel de honger opkomen.

In een interview zegt Verbeke over dit personage: Deze kleine baby ziet het leven als een aaneenschakeling van verlies. Het is ook wel zo, je raakt steeds meer kwijt. Daarnaast maak je ook dingen, zoals kinderen of boeken, er is natuurlijk ook opbouw. Maar die opbouw kost meestal wel wat meer moeite terwijl het verlies er sowieso is.”

Verlieservaringen. Daar kunnen de mensen in het verpleeghuis over meepraten. Het is bepaald geen louter Halleluja in de laatste levensfase. Verlies van geliefden, verlies van gezondheid en autonomie en het verlies aan toekomst. Soms overheerst verdriet in gesprekken over alles wat geweest is en nooit meer terugkomt. Maar ook is er het genieten van het moment.

Fijn dat je er bent.

Ja

Fijn dat u er bent.

 

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+Share on LinkedInEmail this to someone

Een onberispelijke man

Op kerstavond las ik Een onberispelijke man van Jane Gardam uit. Deze auteur is in Nederland nog nauwelijks bekend. Nu ik haar ontdekt heb ga ik zeker meer van haar lezen. De roman begint –hoe toepasselijk- als kerstverhaal. Twee oude juristen- altijd elkaars opponent geweest-brengen tegen wil en dank de kerst samen door. Vervolgens ontspint zich het verhaal van Sir Edward Feathers. Eddy Feathers is een kind van een ambtenaar in Brits Maleisië. Zijn moeder overlijdt in het kraambed. Zijn vader kijkt niet naar hem om en hij groeit op bij de Maleise dienstbode/min en haar gezin. Op zijn vierde wordt hij op de boot gezet naar Engeland voor een gedegen Britse opvoeding. Hij wordt bij een pleeggezin in Wales ondergebracht, en vervolgens gaat hij naar kostschool en de universiteit. Na een paar jaar sappelen als juridisch klerk in Londen vertrekt hij naar Hong Kong waar hij een zeer succesvol rechter wordt. Hij trouwt met Betty en na zijn pensionering trekken zij zich terug op het Engelse platteland. Betty overlijdt als zij tulpen aan het planten is.

Dit is de levensloop van de onberispelijke man: althans dat wat de buitenwereld van hem weet. Na de dood van Betty wordt hij overvallen door herinneringen en als lezer beleef je die flashbacks met hem mee en leer je Eddy Feathers kennen, en ga je van hem houden, Althans dat was mijn ervaring.

Jane Gardam schreef het boek 12 jaar geleden, toen al ver in de zeventig. Ze schrijft met de wijsheid van de jaren, en geeft inzicht in hoe mensen zijn geworden wie ze zijn. Het deed me denken aan Wat behouden blijft en Stoner, ook geschreven door auteurs op leeftijd. Nu heb ik een voorliefde voor oude mensen en hun levensverhaal. Maar dit boek vond ik ook briljant door de geweldige manier van schrijven, de vernuftige opbouw, de diepgang en geestigheid. Volgens Hans Bouman van de Volkskrant stelt het boek indringende vragen over opvoeding en ouderschap, het koloniale systeem, de juridische wereld, de betekenis van ‘thuis’, en misschien nog wel het meest over de kenbaarheid van de mens.

Dit boek kwam in 2005 in Engeland uit en is nu dus gelukkig vertaald in het Nederlands. De onberispelijke man blijkt het eerste deel van een trilogie en de twee vervolgen komen in 2018 in het Nederlands uit. Het tweede boek wordt vanuit perspectief van Betty geschreven, Ik kijk ernaar uit.

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+Share on LinkedInEmail this to someone

Never let me go

Bij ’t licht van de kerstboom las ik ‘Laat me nooit alleen’ van Nobelprijs winnaar Kazuo Ishiguro. Hoofdpersoon Kathy blikt terug op haar jeugd op een Engelse kostschool. Ze heeft alledaagse kinder-herinneringen, beschrijft intense puber-vriendschappen maar toch klopt er iets niet. Zo wordt er nooit over ouders gerept, moeten de kinderen iedere maand een medische keuring ondergaan en rust er op roken een absoluut taboe. Langzaam maar zeker wordt duidelijk dat het hier niet om gewone kinderen gaat, maar om een groep menselijke klonen die worden klaargestoomd om orgaandonor te worden..

Een surrealistisch en weerzinwekkend gegeven. Toch is –volgens Hans Bouman van de Volkskrant- het echte thema van dit boek niet de ethiek van klonen en orgaandonatie maar de vraag in welke mate je kinderen moet en kunt beschermen tegen de werkelijkheid van het ‘echte’ of ‘volwassen’ leven. Er zijn volgens mij  veel thema’s uit dit boek te halen, maar bij mij blijft 1 passage hangen. En daarin wordt wel degelijk een ethische kwestie aan de orde gesteld. Wanneer Kathy en haar vriend Tommy na jaren hun bejaarde docent opzoeken, krijgen ze iets van het waarom van hun bestaan te horen:

‘Hoe kun je vragen van een wereld die kanker als geneesbaar is gaan beschouwen, hoe kun je een dergelijke wereld vragen die genezing te vergeten en terug te gaan naar de tijd van de onwetendheid? Er was geen weg meer terug. Hoe aangenaam mensen zich ook voelden vanwege jullie bestaan, veel en veel zwaarder woog voor hen dat hun echtgenoten, hun ouders, hun vrienden niet stierven aan kanker, ALS en hartkwalen. En dus werden jullie heel lang verborgen gehouden, en de mensen deden hun best niet aan jullie te denken. Dachten ze wel aan jullie, dan probeerden ze zichzelf ervan te overtuigen dat jullie anders waren dan wij. Dat jullie minder menselijk waren en dat het er dus niet toe deed’ .

Voor mij is de belangrijkste vraag die het boek oproept: wat is menselijkheid en medemenselijkheid? Als medemenselijkheid betekent teruggaan in je ontwikkeling of in welvaart, ben je dan bereid om in te leveren? En daarop verder peinzend: steunt onze welvaart hier in het westen niet op het feit dat er een ongelijkheid is tussen mensen? Houden wij die ongelijkheid misschien –bewust of onbewust- in stand? En sluiten we onze ogen ook liever voor tweederangsburgers die in een parallelle werkelijkheid leven? En dan is de metafoor van Ishiguro misschien wel helemaal niet zo absurd als op het eerste gezicht lijkt.

Kortom; een fascinerend boek, maar comfortabel is het geenszins. Het schuurt aan alle kanten. En ach, dat mag ook best een beetje in deze tijd van reflectie.

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+Share on LinkedInEmail this to someone