Voor wie ik liefheb wil ik heten

Vorige week gestart met mijn eerste gespreksgroep in het verpleeghuis. Samen met de psychologe van het huis organiseer ik vijf bijeenkomsten over zingeving. Daar zaten we dan, in een iets te krappe zaal met tien bewoners, ingebouwd door rolstoelen en rollators. We spraken over onze naam, vanuit de gedachte dat –wanneer je in een verpleeghuis woont- niemand je meer bij je voornaam noemt. We vertelden elkaar onze voornaam, hoe we aan onze naam kwamen en of we er blij mee waren. Bij het horen van al die namen -Dina, Margaretha, Pieter en Suzanna- moest ik denken aan woorden van Karl Ove Knausgard in zijn roman Zoon:

‘Is dat in feite niet ongelooflijk, dat een enkele naam dat allemaal dekt? De foetus in de baarmoeder, de baby op de commode, de veertigjarige achter de computer, de oude man in de stoel, het lijk op de tafel? Zou het niet meer voor de hand liggen om met verschillende namen te werken, aangezien hun identiteit en zelfbeeld zo ontzettend verschillend zijn? Dat de foetus bijvoorbeeld Jens Ove, de baby Jens Ove zou heten, de baby Nils Over, de vijf-tot-tienjarige Per Ove, de tien-tot-twaalfjarige Geir Ove, de dertien-tot-zeventienjarige Kurt Ove, de zeventien-tot-drieëntwintig jarige John Ove, de drieëntwintig-tot-tweeëndertigjarige Tor Ove, de tweeëndertig-tot zesenveertigjarige Karl Ove enzovoort, enzovoort? Dan zou de voornaam staan voor het unieke van elke leeftijd, de tussennaam voor de continuïteit en de achternaam voor de band met je familie.’

Er is iets in je dat blijft, de kern van wie je bent gesymboliseerd in die tussennaam. Maar inderdaad, een mens verandert voortdurend. Je hebt de ervaring dat je dezelfde bent, maar hoe waar is dat? Nu ik ga verhuizen kom ik mijn oude dagboeken tegen. Het 9-jarige meisje dat haar schooldag beschrijft, de 16-jarige die voor het eerst verliefd is, de 33-jarige die het leven niet meer ziet zitten. Ik herken hun woorden allemaal, maar ook weer niet. Was ik dat echt allemaal?

Wat doet het met een mens als je alleen nog maar met je familienaam wordt aangesproken? Een mevrouw vertelde dat ze zich steeds kleiner voelde worden nu ze in het verpleeghuis woont. ‘Er blijft niks meer van mijzelf over’. En dus gaan we elkaar -in de gespreksgroep- aanspreken met de voornamen. Het zal best even wennen zijn om een dame van 93 Margje te noemen. Maar ik doe het graag met respect en liefde. Het gedicht van Neeltje Maria Min gaven we na afloop mee.

Mijn moeder is mijn naam vergeten

Mijn kind weet nog niet hoe ik heet

Hoe moet ik mij geborgen weten?

 

Noem mij, bevestig mijn bestaan

Laat mijn naam zijn als een keten

Noem mij, noem mij, spreek mij aan

O noem mij bij mijn diepste naam

Voor wie ik liefheb, wil ik heten

 

Raider

De examens zijn weer begonnen. Terugdenkend aan mijn examentijd herinner ik mij dat ik het spannend vond, maar ook ergens wel leuk. Ik propte mijn hoofd vol kennis en ik hoopte letterlijk dat het niet uit mijn hersens zou waaien op de brommer naar Woerden. Alleen mijn examen wiskunde A vond ik een beproeving. Meneer Muijt, de oude conciërge die met zijn ratelende koffiekarretje door de rijen reed, zag mij ploeteren en stopte mij een Raider (ik kom nog uit de tijd dat een Twix een Raider heette) toe. Het hielp niet qua resultaat (een 4,4 voor m’n centraal schriftelijk) maar ik zal het gebaar nooit vergeten.

De zes jaar op de Kalsbeek lijken een extreem lange tijd. Natuurlijk omdat er zoveel gebeurt tussen je 12e tot je 17e met jezelf, en je alles intens zo beleeft. Nu we bijna gaan verhuizen, ben ik druk aan het opruimen en kijk ik naar mezelf als scholiere uit de jaren ’90.

1993, 3 Atheneum

Ik was een laatbloeier, een meisje dat braaf haar huiswerk deed en te verlegen om me aan jongens te wagen (dat haalde ik later in..) Ik had gelukkig altijd wel vriendinnen en vaak de lachers op mijn hand. Als ik thuis kwam schreef ik verhalen op de oude typemachine van mijn moeder.

Ik zou mijn middelbare schooltijd niet graag overdoen, de onzekerheid, ‘t valse meiden-gedoe, de populaire garde waar je je toe moest zien te verhouden en de enorme hoeveelheid lesstof -waarvan het meeste niet echt je interesse had.

Gisteren keek ik naar het programma De Klas! op NPO1. Oud schaatser Erben Wennemars geeft les over succes aan een groep scholieren. Wat is succes, hoe krijg je het en wat heb je ervoor over? Een mooi concept. Het toont zowel het perspectief van de jongeren als van ‘docent’ Wennemars. Er volgt nog een uitzending in mei met columnist en schrijver Özcan Akyol.

Ik zou aan de lippen gehangen hebben van zo’n inspirerende gastdocent. En ik denk dat een paar levenslessen bij mij beter zouden zijn beklijfd dan een paar jaar wiskunde A. Hoewel. De Raider van wijlen meneer Muijt was in zekere zin ook een levensles: een bemoedigende knipoog uit onverwachte hoek die je eeuwig bijblijft. En ook: Alles gaat voorbij. Zelfs een examen wiskunde.

 

BewarenBewaren

Nooit genoeg

Morgen is het 3 mei. Tien jaar geleden trouwden Marien en ik op een stralende lentedag. Marien met wapperende sjaal in onze gele Saab en ik in rozerode bruidsjurk en een boeket vol pioenrozen. Het was een prachtige dag vol fluitenkruid, lentegeluiden, roze vogelhuizen, en heel veel familie en vrienden. Ik ben nog steeds ontzettend blij met Marien, met ons huwelijk en dat we onze liefde toen zo uitbundig gevierd hebben.

Morgen vieren we het echter niet -dat doen we een andere keer- want morgen is het een dag van afscheid. Een van de gasten van toen, mijn lieve ome Wim, overleed afgelopen zondag. Ome Wim, charismatische grappenmaker en levensgenieter. Ik zal hem missen.

Helaas hebben we in die tien jaar van veelste veel dierbaren afscheid moeten nemen. Op onderstaande foto staan drie van hen: ome Cor, mijn oma en ome Wim.

 

En natuurlijk Danny die voor ons zong in de kerk, en die bij het ontbijt het verhaal voorlas van Toon Tellegen van de eekhoorn en de olifant:

‘Als ik genoeg van je heb, eekhoorn’ , zei de olifant op een middag tegen de eekhoorn, ‘dan til ik je boven mijn hoofd en slinger ik je over het hele bos de zee in’.

‘O, ja?’ vroeg de eekhoorn

(..)

‘Maar dat doe ik alleen’, ging de olifant weer verder, ‘als ik genoeg van je heb, eekhoorn.’

‘Ja,’ zei de eekhoorn die dat wel wist.

En ik heb helemaal niet genoeg van je. En ik zal nooit genoeg van je hebben. Nooit. Dat is nou juist het bijzondere!’ En weer zwaaide hij met zijn slurf, zijn voorpoten en zijn oren.

Ik denk met warmte terug aan de mensen waar ik nog lang geen genoeg van had. Ze leven voort in verhalen en herinneringen.

BewarenBewaren

De vloer op

-“Hoe is het met je man?

O, die is al drie maanden dood” –

Het is een heimelijk genoegen van me om stukjes gesprek af te luisteren van voorbijgangers. Niet hele telefoongesprekken die je in de trein hoort, die laten vaak weinig te raden over. Maar liefst van die korte flarden die je opvangt als mensen voorbij lopen. Het zou me niets verbazen als tekenaar Peter van Straaten zich ook liet inspireren door dat soort conversaties of uitspraken. Zijn scheurkalender hangt steevast op ons toilet en ik kan er steeds weer smakelijk om lachen. De mens in al z’n tekortkomingen.

De afgelopen vijf weken heb ik genoten van improvisatie-lessen van Cultuurhuis de Garenspinnerij. Eigenlijk is improvisatietheater niets anders dan vanuit een zin, situatie of een plaatje gaan spelen. Voor mij de manier om niet met gisteren of morgen bezig te zijn, maar helemaal in het moment te zijn. Heerlijk om met een groep leuke spelers een enthousiaste docente in een duizelingwekkend tempo scenes te spelen. Onvoorbereid natuurlijk. Gewoon de vloer op en kijken wat er ontstaat. Zo runde ik samen met Annette een slecht lopende kroeg, ergerde ik me aan mijn verkering die een bioscoopfilm voor de tweede keer zag, en daagde ik mijn leraar uit door op de stoelen te paraderen. Afgelopen maandag zelfs live begeleid door een van de cursisten die zijn gitaar had meegenomen.

Misschien is het bevrijdende aan improvisatietheater wel dat je alles mag doen wat je in het echte leven niet durft, kan of mag. Aan het einde van de avond hief een van mijn medespelers het glas “op de vrijheid om te kunnen spelen”. En daar proostten we op.

 

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

Natte ogen

vierde statie van Jan Toorop: Jezus ontmoet zijn moeder

Het katholicisme sijpelt op miraculeuze wijze mijn leven binnen. Mijn zoon gaat naar een katholieke school en door een speling van het lot ben ik als geestelijk verzorger verbonden aan twee katholieke verpleeghuizen. De afgelopen week waren er diverse vieringen in de kapel. Goede Vrijdag werd de kruisweg van Jan Toorop getoond met daarbij muziek uit de Mattheus Passie. Ontroerd was ik toen ik een bewoner met dementie, vol overgave de Mattheus mee-zag zingen en dirigeren.

Geroerd ben ik trouwens steeds vaker. Naarmate mijn leeftijd stijgt, stijgen de waterlanders ook. Dat wordt nog wat als ik tachtig mag worden. Ik moet denken aan mijn opa Uittenbroek. Ik heb waarschijnlijk niet alleen zijn blauwe ogen geërfd, maar ook zijn natte ogen. Zijn zakdoek was altijd in de buurt als wij -zijn kleinkinderen- een stukje opvoerden of als Blijf bij mij Heer in de kerk werd gezongen.

Was mijn opa katholiek geweest (dat was hij absoluut niet; hij was zo gereformeerd als wat) dan had hij vast niet droog gehouden bij alle mooie hymnes die de katholieke kerk rijk is, zoals het Ave Maria of het Ave Verum. Het Ave Verum corpus is een korte eucharistische hymne uit de 14e eeuw die door verschillende componisten op muziek is gezet. In de Middeleeuwen werd het gezongen tijdens de consecratie (het moment tijdens de eucharistie dat het brood en de wijn veranderen in het lichaam en bloed van Christus).

Ave verum corpus, natum

de Maria Virgine,

Vere passum, immolatum

In cruce pro homine

 

Gegroet waarachtig lichaam

geboren uit de Maagd Maria

dat werkelijk heeft geleden

en voor de mens geofferd is aan het kruis.

Prachtig vind ik de versie van Karl Jenkins die ik aangereikt kreeg van een vriend toen Siem nog een kleine slecht-slapende baby was. Deze muziek maakte hem rustig.

Karl Jenkins is een hedendaags jazzmuzikant en componist. Hij componeerde deze versie van het Ave Verum Corpus in 2005. Het is inmiddels Pasen geworden, en ik wil ik de link graag delen. Met een risico op natte ogen. Dat dan wel.

 

 

 

BewarenBewaren

BewarenBewaren