Pieter Post

Siem zit in zijn competitieve-superhelden-fase. Hij wil overal de beste, de snelste en de sterkste in zijn, draagt het liefst zijn Spiderman-pak, en als hij in bad zit speelt hij vechtpartijen na waarbij de bad-eenden worden getorpedeerd door ninja’s.

Ik vind het lastig dat testosteron-gedrag, hoewel het waarschijnlijk normaal is in de ontwikkeling van een 5-jarig jongetje.

Dit weekend heeft hij een dwergkonijntje gekregen. Een andere kant komt bij hem boven. Ik vind het een verademing om hem: ‘Dag Flappie, wat ben jij toch een mooi braaf meisje’ te horen pruttelen terwijl hij een blaadje sla voert.

Ook blijf ik hem steevast filmpjes van Pieter Post voorschotelen.

Voor wie het niet meer weet, Pieter Post is de vriendelijke postbode uit het fictieve dorpje Groenbeek die in zijn rode bestelwagen door het glooiende landschap rijdt en post bezorgt. Ondertussen helpt hij dorpsgenoten die in de problemen zijn geraakt. Hij doet dit met een ontwapenende vanzelfsprekendheid.

Misschien is het mijn eigen menselijke verlangen naar een paradijselijk Groenbeek waar iedereen aardig voor elkaar is, waar mensen tevreden zijn en waar problemen niet verder reiken dan een ontsnapte koe of een kapotte trein. Oké, het is een beetje saai misschien, en het zal niet lang meer duren tot Siem Pieter Post zal afschrijven om die reden. Dan moeten er echte mannen bekeken worden:  Batman enzo.

Groenbeek bestaat niet. En de toestand in de wereld komt er niet bepaald bij in de buurt.

Gewelddadige en competitieve mannen bekleden de belangrijkste functies in de wereld, er heerst een grote ontevredenheid, zelfs in de meest welvarende landen van de wereld. En we hebben ook nog eens te kampen met wereldwijde problemen die we nauwelijks kunnen overzien

Misschien wil ik Siem nog een beetje laten geloven in dat paradijselijke Groenbeek en weghouden van de werkelijkheid. Of hoop ik dat de boodschap van Pieter Post bij hem wortel schiet. Een soort Alle Menschen werden Bruder, maar dan in Pieter Post-taal.

Hoe dan ook. Ik kijk Pieter Post zolang het kan.

‘ Want Pieter is als vriend steeds bij de hand’

Stille genieter

Ik ben mijn stem kwijt. Dat heb ik weleens vaker als gevolg van een verkoudheid. Gisteren was met recht stille zaterdag voor mij, wat mij zeker niet belemmerde om te genieten van prachtig Tiengemeten, een natuurgebied vlakbij Rotterdam. Terwijl de kinderen speelden in de natuurspeeltuin, en ik weinig kon praten met man of vrienden, las ik de laatste bladzijden van Kolja van Arthur Japin.

Deze roman start met de dood van de grote componist Pjotr Iljitsj Tsjaikovski in 1893. Er zijn nogal wat raadsels rond zijn dood; de officiële lezing is dat hij stierf aan cholera na het drinken van besmet water maar er wordt gespeculeerd dat het zelfmoord was. Zijn homoseksualiteit zou daarin een rol spelen. Arthur Japin nam deze theorie als uitgangspunt voor zijn roman. Hoofdpersoon is Kolja Konradi, de dove jongen die door Modest, de broer van Tsjaikovski wordt opgevoed. Modest leert hem liplezen, spreken en van muziek genieten en ze reisden veelvuldig met Pjotr en een gouvernante door Europa. Kolja heeft direct na het overlijden van Pjotr argwaan over de doodsoorzaak en neemt je als lezer mee op zijn speurtocht naar de ware toedracht.

Een spannende historische roman over een componist waar ik eigenlijk nauwelijks iets van wist. Arthur Japin vond in Kolja zijn ideale hoofdpersoon omdat een beperking -zoals doofheid- met zich meebrengt dat andere zintuigen extra gevoelig zijn. Kolja als detective wendt zijn gebrek aan, om mensen om de tuin te leiden of letterlijk loslippig te worden.

Inmiddels merk ik dat mijn stem weer langzaam terug komt. Mijn handicap was gelukkig van tijdelijke aard. Voor iemand die zo graag praat als ik, is het lastig om nauwelijks aan gesprekken deel te nemen en vanmorgen had ik best graag mee gegalmd met het traditionele U zij de Glorie in de kerk. Anderzijds biedt het ook wel voordelen om even sprakeloos te zijn. Telefoon moet je laten gaan, Marien leest Siem voor het slapengaan, en tijdens de picknick hoor je de vogels luider omdat je zelf je snavel houdt.

En toen was ik toch ineens een stille genieter..


Geheugenpiek

Vorig weekend prachtige dagen gehad met Jolanda, m’n ‘dubbele nicht’ in Breda. Onze vaders zijn broers en onze moeders zussen; dus genetisch bijna zussen. In onze jeugd en puberteit een onafscheidelijk duo. We zijn beiden ons eigen weg gegaan en zien elkaar niet meer dagelijks of wekelijks. Mijn 40e verjaardag was een mooie gelegenheid om samen een nachtje samen weg te gaan.

Natuurlijk hebben ook veel herinneringen opgehaald. Opvallend hoe gedetailleerd we gebeurtenissen konden ophalen van ruim 25 jaar geleden. Zelfs de grappen die we toen maakten konden we ons woordelijk herinneren. En weer om lachen..

Uit onderzoek van hoogleraar psychologie Jaap Murre blijkt dat als mensen boven de veertig naar herinneringen over hun leven worden gevraagd, ze vooral vertellen over hun puberteit en vroege volwassenheid; de periode van ruwweg je 15e tot je 30e. Vrouwen herinneren zich het meest van hun 15e levensjaar, mannen van hun 18e. Deze levensperiode wordt gekenmerkt door veranderingen en nieuwe dingen zoals verliefdheden en identiteitsvorming. Misschien hebben de hormonen invloed op het vermogen tot onthouden. Maar onderzoekers hebben echter (nog) geen sluitende verklaring voor deze geheugenpiek.

Een van de gebeurtenissen die grote indruk op mij maakte op mijn 15e,, was mijn allereerste concert in Vredenburg van de Vlaamse band Clouseau. Als ik de muziek weer hoor ben ik terug in de jaren ‘90 en zing ik de liedjes van Koen Wouters woordelijk mee. Vorig jaar beleefden we in Paradiso een grote Deja-Vu bij het Jubileumconcert van de band. Natuurlijk samen met Jolanda. Mijn huwelijksgetuige, maar veel meer nog mijn levensgetuige. Heerlijk om samen onze geheugenpieken te vieren!

’t Lijkt niet lang geleden

Maar ’t is een ver verleden ..

Vrouwendag

Afgelopen vrijdag 8 maart was het Internationale Vrouwendag. Een van mijn eerste presentaties van Zinnige Praat was getiteld Geweldige Vrouwen; over feminisme en inspirerende pioniers. Ik geloof niet dat ik mezelf een feminist zou noemen. Ik mis de aanleg voor fanatisme en het ontbreekt mij aan moed om op de barricades te staan. Misschien ben ik daarom de feministen extra dankbaar. Er moeten heldinnen zijn om de weg te banen voor de rest.

Vanmorgen las ik in NRC een artikel van journalist Jose Rozenbroek ‘Vrouw, verjaag de schaamte’. Ze bekeek de film Gloria van de Chileense regisseur Sebastian Lelio over een vrouw van middelbare leeftijd die wat van haar leven en de liefde probeert te maken. Rozenbroek vindt de ‘bejaardenseks’ onverdraaglijk om naar te kijken en gaat in dit artikel op zoek naar de oorsprong van haar medelijden, weerzin en vooral plaatsvervangende schaamte. Ik heb de film ook gezien en ik moet bekennen: ik vond Gloria ook een beetje pathetisch. Een vrouw die zich gedraagt en kleedt als een jonge meid. Vergane Gloria.

De Amerikaanse politicologe Rebekah Tromble van de Universiteit Leiden kreeg een bak aan smerigheden over zich heen toen ze onderzoek deed naar discussies op Twitter. Vrouwen zijn geliefde doelwitten, omdat de bedreigingen die je tegen ze kunt uiten diverser en veel krachtiger zijn, zoals verkrachtings-bedreigingen. In een interview geeft ze aan: ‘Zóveel van de kritiek ging over mijn uiterlijk. Je wilt niet weten hoeveel manieren er zijn om te vertellen hoe onaantrekkelijk ik kennelijk ben.’ Vrouwen worden nog altijd veel vaker dan mannen beoordeeld en aangesproken op hun uiterlijk. En wij vrouwen beoordelen elkaar vaak ook op uiterlijk en seksuele mores, zo blijkt uit de reactie van zowel Rozenbroek als mijzelf op de film Gloria.

Rozenbroek eindigt haar essay met een oproep aan zichzelf en aan alle vrouwen:

reflections of the past door fotograaf Tom Hussey

De cultuur waarin we leven, waarin vrouwen nog altijd kritischer worden bekeken dan mannen, de gedachten en de blik van de ander – nee, helaas dat alles kun je niet een twee drie naar je eigen hand zetten. Maar schaamte zit toch vooral tussen je eigen oren. Bevrijd jezelf dus uit de strafhoek. Draai je stoel om. Kijk iedereen recht aan. (..) En stop met dat treuren en je generen voor iets waar je niks aan kan doen, wat onvermijdelijk bij het leven hoort en waar je juist blij om moet zijn. Want wie niet ouder wordt, is dood.

Alles is fragment

Vorige week vroeg ik Rien -de gepensioneerde geestelijk verzorger wiens baan ik heb overgenomen bij Laurens- of hij door het werk spiritueler is geworden. Hij moest er even over nadenken. Uiteindelijk kwamen we tot de conclusie dat je door dit werk je meer bewust wordt van de beperktheid van ons weten. We zijn beperkte wezens in ruimte en tijd. Wat daarbuiten is kunnen we niet kennen.

Juist deze week las ik Morgan, een liefde van auteur Bas Steman. Deze autobiografische roman start met een paniekaanval als de hoofdpersoon (een journalist) gaat parachutespringen met collega’s. Lichamelijke sensaties en herinneringen die hij niet kan plaatsen en die hem totaal van de kaart brengen. Hij blijkt op onverklaarbare wijze verbonden te zijn met Morgan, een 24-jarige Britse soldaat die tijdens een parachutesprong sneuvelt bij de slag om Arnhem. Vriendin Anne vertegenwoordigt in de roman de spirituele stem; zij gelooft dat zielen blijven bestaan en in een ander stoffelijk lichaam kunnen verder reizen. Vriend Thom is de tegenstem: de stem van de wetenschap, van de scepticus die de ervaringen vanuit de neuropsychologie verklaart. Naast deze hedendaagse verhaallijn, loopt het verhaal van Morgan en zijn verloofde Bytrys in 1940 in Engeland. Een liefde die over de dood heen blijft bestaan. De twee verhaallijnen kruisen elkaar als de ik-persoon naar Wales afreist en de zus van Morgan bezoekt.

Het duurde even voordat ik gegrepen werd door het verhaal (er zitten ook wat saaie stukken in) maar uiteindelijk boeide de zoektocht van Steman mij toch, zijn worsteling tussen gevoel en verstand, en misschien nog wel meer de vragen die hij oproept. Wie zijn we in de kern? Is onze ziel sterfelijk? Zou er een parallelle werkelijkheid bestaan waar we af en toe een fragment van kunnen ervaren? Ik geloof daar wel in en houd ook van dat idee. 

Op onze trouwkaart stond de laatste strofe van dit gedicht van Abel Herzberg uit zijn novelle Drie Rode Rozen:

Want alles is fragment

Al door het zeggen van het woord
Deelt men, scheidt men en schendt
Het al omvattende, dat men niet kent,
Dat ik aanwezig weet, of alleen maar vermoed, Dat ik niet uitspreken kan en toch uitspreken moet, Dat mij beheerst, dat mij te luisteren gebiedt,

En als ik zoek en luister, dan vind ik het niet. Een troost blijft:

Er is in ieder woord een woord,
Dat tot het onuitspreekbare behoort; Er is in ieder deel een deel
Van het ondeelbare geheel, Gelijk in elke kus, hoe kort,
Het hele leven meegegeven wordt.