De waterlelie

Ik heb de witte water-lelie lief,

daar die zoo blank is en zoo stil haar kroon

uitplooit in ‘t licht.

Rijzend uit donker-koelen vijvergrond,

heeft zij het licht gevonden en ontsloot

toen blij het gouden hart.

Nu rust zij peinzend op het watervlak

en wenscht niet meer . . . .

(Federik van Eeden, 1901)

Schilder Claude Monet is beroemd geworden door zijn waterlelies. Op zijn 42e verruilde hij het stadsleven voor het Franse gehucht Giverny. Hij had de nodige persoonlijke drama’s meegemaakt; het overlijden van zijn vrouw, de dood van zijn zoon en tot overmaat van ramp begon hij ‘grijze staar’ te ontwikkelen. Door een staaroperatie kwam zijn gezichtsvermogen weer een beetje terug, maar wel zag hij alles met een rode gloed. Hij sloot zich steeds meer af van de buitenwereld en stortte zich op het schilderen van zijn tuin en vijver.

‘Deze landschappen van water en weerspiegelingen zijn een obsessie geworden. Ze gaan de krachten van een oude man te boven, en toch wil ik er in slagen weer te geven wat ik zie. Ik vernietig ze … ik begin er opnieuw aan … en ik hoop dat uit zoveel pogingen iets zal voortkomen.’ (Monet- 1908)

Toen hij 74 was wilde hij zijn laatste grootste meesterwerk maken: een enorm panorama vol waterlelies. Het panorama paste niet in z’n geheel in het museum in Parijs, maar hij heeft zeer veel schilderijen en voorstudies gemaakt die nu bij elkaar zijn gebracht in het Kunstmuseum in Den Haag. Gisteren bezochten Marien en ik de tentoonstelling ‘de Tuinen van Monet’. Het was een feest van herkenning omdat wij in de zomer van 2016 Giverny bezochten, samen met Leen en Hanneke en –koddige kleine- Siem die door de dromerige tuin heen dartelde.

Monet wilde de schoonheid vastleggen en vasthouden. En ook ik was gisteren weer even terug in dat Franse paradijs.

Old and Wise

November is de maand van herdenken. Vrijdag –de dag voor Allerzielen- werden de bewoners uit Nijeveld herdacht, en morgen is de herdenkingsbijeenkomst in Liduina. Familie, medewerkers en bewoners zijn bij elkaar om de overledenen van het afgelopen jaar in herinnering te brengen. De namen worden genoemd, er worden rozen geplaatst en lichtjes aangestoken. En natuurlijk is er muziek

Gelukkig is er muziek.

Deze week zag ik radiomaker Frits Spits op tv die vertelde over zijn boek ‘Alles lijkt zoals het was’. Het bevat herinneringen aan zijn overleden vrouw Greetje aan de hand van liedjes die hem in het jaar na haar dood tot steun waren. Hij zegt: “Het heeft mij geholpen om me enigszins staande te houden in een tijd waarin alles leek zoals het was, maar niets was zoals het leek.” Muziek biedt troost en steun. En muziek roept herinneringen en emoties op.

Vorig jaar mocht ik een bijzondere vrouw begeleiden tijdens het laatste stukje van haar leven. Ik bezocht haar zes keer bij haar thuis in Hilversum. Het was net als nu herfst en de kleurende bomen pasten bij de gesprekken die we met elkaar voerden. We spraken over haar leven, haar naderende dood en alles daartussen.

Tijdens mijn laatste bezoek, eind november, kon ze niet meer praten. Ik las een gedicht voor, en op mijn Iphone luisterden we muziek. Als ik het nummer Old and Wise van het Alan Parsons project hoor, denk met genegenheid terug aan haar en dat laatste gesprek zonder woorden.

Luchten

‘Iedereen is als een huis met vier kamers, één lichamelijke, één mentale, één sociale en één spirituele. De meeste van ons zijn geneigd de meeste tijd in één kamer te leven, maar zolang we niet iedere dag tenminste één keer in iedere kamer zijn, al was het om deze te luchten, zijn we geen heel mens’

Deze Indiase wijsheid heb ik ooit eens ergens gelezen. En inderdaad, in het alledaagse leven is het soms best een uitdaging in al die kamers te komen. De afgelopen dagen kostte me dat echter het geen enkele moeite: ik was op het mooiste wadden-eiland van Nederland: Terschelling.

Op de gele tandem hebben we het eiland doorkruist, we hebben gewandeld op het strand en oesters gezocht op het wad. Marien heeft zich ‘s avonds te goed gedaan aan diezelfde oesters met een goed glas wijn. Ik hield het bij een uiensoep met cranberry-likeurtje..De lichamelijke kamer kwam niets te kort.

De sociale kamer was goed gevuld door met man en kind een spelletje te spelen, en door gezellig samen een goeie andijviestamppot te eten in het voorhuis met Jetske, Fred, Maud en Kees.

Mijn mentale kamer hoefde zich deze dagen voornamelijk bezig te houden met het lezen van een roman en de zaterdagkatern van de krant. En me te vergapen aan flessenpost en aangespoelde gymschoenen in de vitrines van het hilarische wrakkenmuseum.

En.. ook mijn spirituele kamer heb ik niet verwaarloosd. Zondagochtend fietste ik voor dag en dauw naar West-Terschelling om de kerkdienst van de Doopgezinde Gemeente bij te wonen. Een klein groepje mensen komt wekelijks bij elkaar voor de ‘vermaning’ (zo noemen ze de preek). Een prachtig kerkje waar ik hartelijk werd ontvangen. De predikant vertelde dat de eilanders niet zo kerks zijn. Ze trekken liever de natuur in dan dat ze in de kerkbanken zitten. Ze ervaren het religieuze of mystieke in de wolken, de zee en de wind. En tja. Toen ik terug fietste en het zonlicht door de wolken heen zag piepen; kon ik daar wel inkomen..

Jan Mulder dichtte na een bezoek aan de wadden:

Ik word klein

onder deze machtige koepel

met de mooiste luchten van Nederland.

Hier voel ik me nietig, klein en groots.

Dit is meer dan spreken.

Hier zou ik kunnen sterven,

de zee inrollen en opgaan

in deze onbegrijpelijke wereld.

Gute Nacht Freunde

Elke bloesem wil tot vrucht,

Elke morgen wil avond worden,

Niets eeuwigs bestaat op aarde

dan de verandering, het verwaaien.

Ook de mooiste zomer wil

Ooit eens herfst en verwelking ervaren.

Houd jij, blad, je geduldig stil,

Wanneer de wind je wil ontvoeren.

Speel je spel en verzet je niet,

Laat het stil gebeuren.

Laat door de wind, die je breekt,

je naar huis toe waaien. (Hermann Hesse)

Afgelopen zondag wandelden we met een groep Zinzoekers over de oude begraafplaats in Gouda. Vanaf 1829 mochten er geen begrafenissen meer in de bebouwde kom plaatsvinden –en dus niet meer in de Sint Jan. Daarom werd in1832 ‘de Algemeen Steedelijke begraafplaats’ in gebruik genomen aan de rand van de stad. In allerijl omdat er een cholera-epidemie heerste. De begraafplaats is sinds 1975 niet meer in gebruik.

Het is een melancholieke plek die vergankelijkheid ademt. De scheefgezakte grafmonumenten, het blauwe baarhuisje, een herfstblad dat op je schoen valt, de laan met bomen die uitzicht biedt op de aula.. En als je nog niet doordrongen was van de eindigheid van het aardse bestaan hoef je alleen maar een blik te werpen op de gevel van de aula: Memento Mori..

Het thema van deze Zinzoekers bijeenkomst was geïnspireerd op onze oosterburen. Duitsland is de bakermat van de Romantiek, van de diepzinnige geesten en heeft grote kunstenaars voortgebracht. Daarom lazen we op de oude begraafplaats poëzie van Rilke en Hesse en spraken we over alleen-zijn, de inkeer van de herfst en geheimen.

Maar Duitsers hebben ook een hele frivole en uitbundige kant. Het grootste bier-en volksfeest ter wereld komt immers uit München; het oktoberfest!

Nog na-mijmerend van de mooie gesprekken -en zonder lederhosen- vervolgden we onze weg naar de Lage Gouwe waar we in het gastvrije huis van FrankJan (met Duitse voorouders!) werden ontvangen met stevige kost en lichte muziek. Ein bißchen Frieden, Verdammt ich lieb zich en natuurlijk: Gute Nacht Freunde.

Was ich noch zu sagen hätte,

dauert eine Zigarette

und ein letztes Glas im Stehen.

Dit lied is al jaren tune van het radioprogramma Met het oog op Morgen dat iedere nacht wordt uitgezonden. De Top 2000 a gogo maakte een mini-docu

God behoede de mens en geve hem een zoen

Gisteravond organiseerde de Federatie een filmavond waar we de documentaire ‘Nu verandert er langzaam iets’ keken van regisseur Menna Laura Meijer. Een fascinerende film waar de coachings-cultuur in Nederland wordt getoond. In vaste camerastandpunten komen verschillende cursussen in zelfontplooing of innerlijke groei voorbij, zonder voice-over of interviews. Zo is er een coaching met paarden, een agressietraining voor de gemeentelijke handhavers, een vlogger die haar volgers probeert te ontspannen met een hoofdmassage, een mindfullness-cursus voor kinderen, een biodanza-les, een sessie familie-opstellingen enzomeer. Zoals Bert Haanstra in 1963 in zijn film Alleman een tijdsbeeld schetste van de Nederlander in 1963, zo wordt hier getoond hoe de overwegend hoogopgeleide witte Nederlander anno 2019 probeert ‘in zijn kracht te komen’, ‘beter te communiceren’ of ‘te ont-stressen’. 

De film werkte bij mij af en toe als lachspiegel (daar liggen we dan in een schuur varkens te strelen terwijl er een straaljager over dendert), soms met lichte ergernis (“Ik ben zo breed geïnteresseerd, ik moet leren trechteren’) maar veelal met een gevoel van tederheid voor de tobbers en zinzoekers die we zijn.

De zin ‘God behoede de mens en geve hem een zoen’ kwam steeds in mijn gedachten. Het komt uit het prachtige gedicht Mens van Leo Vroman.

Mens

Mens is een zachte machine,

een buigbaar zuiltje met gaatjes,

propvol tengere draadjes

en slangetjes die dienen

voor niets dan tederheid

en om warmer te zijn dan lucht.

Och, hij heeft ademzucht

en hart-arbeid.

Heeft hij een welvig lijfje,

hier en daar wat vetjes,

dan vindt hij iets niet netjes

en noemt zichzelf een wijfje;

bovenin zijn haarkleedje

draait hij dan vaak springveren.

Daar kan hij niet mee leren;

ze dansen alleen een beetje.

Het leren gebeurt in een kastje;

je mag dat niet openmaken,

wel teder, teder aanraken,

maar de rest van het zotte bastje

blijft ingepakt en bewaard,

want als het zich bepoedert,

ontwatert of ontvoedert,

ontroert, ontstemt, onthaart,

dan kruipt het een hokje in.

Een deurtje gaat op slot,

en het loopt niet naar buiten tot

het kleertjes heeft, kalmte, en zin.

Maar soms voelt het zich zoet;

het bekje prevelt: “trouwen”,

het gladde buikje moet

een klein machientje bouwen.

God behoede de mens

en geve hem een zoen:

er is verder niets met hem te doen.

Streel zijn zoete pens,

want mens is een zachte machine,

een ingewikkeld liefje.

Verzilver zijn statiefje,

leid hem in een vitrine,

doe bij hem een lichtje aan.

Loop zachtjes om hem heen en

ga elders om hem wenen,

maar laat hem staan.