de glazen kamer

Inmiddels wonen we alweer bijna 10 maanden in ons huis. Het pand is gebouwd in 1935 als kantoor van houthandel Vingerling. Over de Karnemelksloot werden op platte schepen hout aangeleverd en het pand stond te midden van loodsen en zagerijen. Door het luikje in de gang/huiskamer kregen de arbeiders hun loonzakje aan het einde van de week. Dit huis heeft een oorlog overleefd, en vele seizoenen. Wij zijn niet de eerste bewoners en zullen ook niet de laatste zijn.

Deze week las ik een boek waarin een huis centraal staat: de Glazen Kamer van Simon Mawer. Het gaat over de welgestelde joodse autofabrikant Victor Landauer uit Tjecho-Slowakije die het verleden (de Eerste Wereldoorlog) achter zich wil laten en het geloof in de toekomst wil uitdrukken door de bouw van een modern huis. Architect Rainer von Abt -aanhanger van het functionalisme en de Stijl- ontwerpt een huis voor het Victor en zijn vrouw Liesel. Een gigantisch object van staal, glas en natuursteen; een toonbeeld van transparantie, optimisme en vooruitgang.

In 1930 betrekken zij het huis. Aan het einde van de jaren ’30 trekken de Duitsers Sudetenland binnen. En niet alleen de oorlog bedreigt hun geluk, er zijn ook interne huwelijkse spanningen die Mawer boeiend uit de doeken doet. Uiteindelijk vlucht het gezin naar Zwitserland. Het huis valt in handen van de nazi’s, en na de oorlog wordt het eigendom van de Tsjechische – communistische- staat. Steeds krijgt het huis andere bewoners en een andere bestemming.

Het fictieve verhaal van Mawer is geïnspireerd op een echt huis; namelijk Villa Tugendhat in Brno, ontworpen door Ludwig Mies van der Rohe. Ik zou het graag een keer bezoeken. Een huis herbergt verhalen. Het heeft een eigen geur, een geschiedenis. De tijd en haar bewoners laten sporen na. Neem het Achterhuis of paleis Soestdijk. Of ons eigen bijzondere huis aan de Johan den Haen.

Lente-uitje en roodborstjes

Als cadeau voor mijn 40e kreeg ik een lente-uitje cadeau naar Schiedam van twee lieve vriendinnen. Hoewel het weer niet steeds lenteachtig was, hebben we genoten van de mooie stad en mochten we –omdat we de sleutelbewaarder van de kerktoren goed bleken te kennen- de toren van de SintJanskerk beklimmen. Ik word altijd een beetje melancholisch als ik zo naar beneden kijk. Als ik de bedrijvigheid van een gewone woensdagochtend zie in de stad; drukke mensjes daar beneden met hun dakterrasjes en mini auto’s. Ik houd van dat overzicht, het zet aan tot mijmeringen en relativering.

Bij de laatste Zinzoekerskring stelden we ons de vraag met welk dier we onszelf zouden vergelijken. Ik koos voor een vogel, vanwege die eerder genoemde voorkeur om het van een afstandje te bekijken. Voorkeur voor overzicht en de grote lijnen.

Ik koos niet voor een exotisch vogel-exemplaar maar gewoon een roodborstje. Volgens internet zijn roodborstjes graag geziene gasten aan de voedertafels ze zijn nieuwsgierig, charmant, gewiekst en ze spreken tot de verbeelding. Ze houden hun gebied overzichtelijk en dichtbij huis. Ze zijn overdag graag alleen, maar s’ nachts zoeken ze soortgenoten op. Tenslotte mag niet onvermeld blijven dat ze een agressieve en felle kant hebben: ze verdedigen hun territorium op leven en dood..

Natuurlijk kom je daarna overal roodborstjes tegen. Er bleek een foto van een roodborstje op mijn werkkamer te hangen, ik zag roodborstjes in de tuin en ik vond een mooie ansichtkaart die ik op ons toilet heb gezet. Als aanmoediging zullen we maar zeggen om de roodborst in mezelf levend te houden; soms een hoge toren te beklimmen, nieuwsgierig te blijven en momenten van alleen-zijn in te bouwen.

Alleen dat agressieve..Daar moet ik misschien nog eens van een afstandje naar kijken?

Vergeet de meisjes

Terwijl Marien zich uitleeft in de tuin, lees ik mijn boeken -in diezelfde tuin-. Toevalligerwijs hebben de boeken/verhalen vrouwen in de hoofdrol. Ik heb al eens eerder de loftrompet gestoken over de verhalen van Alice Monroe. ‘Familiestukken’ is een bloemlezing van haar verhalen door recensent Marja Pruis en haar dochter Greta le Blansch. Ze selecteerden elf verhalen die draaien om vrouwen die op kruispunten in hun leven staan. Sommige verhalen had ik al eerder gelezen wat absoluut niet hindert. Op de achterflap staat: ‘Wat zijn we jaloers op degenen die de verhalen voor het eerst lezen’. En dat kan ik volledig beamen.

Ook las ik Vergeet de meisjes van Alma Mathijsen. Misschien door de klassiek-neutraal aandoende cover had ik een boek over mantelzorg en twee bejaarde vriendinnen West-Friesland verwacht . Maar ik werd volkomen verrast. Vergeet de meisjes is een roman met thrillerachtige elementen en fantastische personages. Het gaat over schrijfster Iris Kouwenaar die jaren geleden debuteerde met Antidote, een meesterwerk dat een cult-status bereikte. Inmiddels is Kouwenaar achterin de dertig en schrijft ze niet meer. Ze heeft zich teruggetrokken in haar geboorteplaats Voorhorst, samen met haar jeugdvriendin Kay. Iris lijdt aan een geheimzinnige ziekte en Kay verzorgt haar.

De ik-persoon is de Amerikaanse journalist Fields die met tegenzin naar Nederland reist om Kouwenaar te interviewen. Kay geeft hem geen toegang tot Iris, maar door een misverstand belandt hij in de inbouwkast in de slaapkamer van de dames. Hij wordt – tussen de zomerjurken en wollen jassen- observator, getuige en uiteindelijk medespeler in de wonderlijke en beklemmende wereld van de twee vriendinnen.

Het boek gaat over schrijverschap, gender maar bovenal over vriendschap. “Een vriendschapsrelatie is soms minstens zo intens en ingewikkeld als een liefdesrelatie” aldus Mathijsen. Alma Mathijsen is 35 en schrijft niet alleen verhalen en romans maar ook toneelstukken. Ook dit boek heeft elementen van een toneelstuk met klucht-achtige escapades, geweldige dialogen, spannende verhaal-wendingen en bovenal die briljante personages. Nee, deze meisjes ga je niet snel vergeten!

Pieter Post

Siem zit in zijn competitieve-superhelden-fase. Hij wil overal de beste, de snelste en de sterkste in zijn, draagt het liefst zijn Spiderman-pak, en als hij in bad zit speelt hij vechtpartijen na waarbij de bad-eenden worden getorpedeerd door ninja’s.

Ik vind het lastig dat testosteron-gedrag, hoewel het waarschijnlijk normaal is in de ontwikkeling van een 5-jarig jongetje.

Dit weekend heeft hij een dwergkonijntje gekregen. Een andere kant komt bij hem boven. Ik vind het een verademing om hem: ‘Dag Flappie, wat ben jij toch een mooi braaf meisje’ te horen pruttelen terwijl hij een blaadje sla voert.

Ook blijf ik hem steevast filmpjes van Pieter Post voorschotelen.

Voor wie het niet meer weet, Pieter Post is de vriendelijke postbode uit het fictieve dorpje Groenbeek die in zijn rode bestelwagen door het glooiende landschap rijdt en post bezorgt. Ondertussen helpt hij dorpsgenoten die in de problemen zijn geraakt. Hij doet dit met een ontwapenende vanzelfsprekendheid.

Misschien is het mijn eigen menselijke verlangen naar een paradijselijk Groenbeek waar iedereen aardig voor elkaar is, waar mensen tevreden zijn en waar problemen niet verder reiken dan een ontsnapte koe of een kapotte trein. Oké, het is een beetje saai misschien, en het zal niet lang meer duren tot Siem Pieter Post zal afschrijven om die reden. Dan moeten er echte mannen bekeken worden:  Batman enzo.

Groenbeek bestaat niet. En de toestand in de wereld komt er niet bepaald bij in de buurt.

Gewelddadige en competitieve mannen bekleden de belangrijkste functies in de wereld, er heerst een grote ontevredenheid, zelfs in de meest welvarende landen van de wereld. En we hebben ook nog eens te kampen met wereldwijde problemen die we nauwelijks kunnen overzien

Misschien wil ik Siem nog een beetje laten geloven in dat paradijselijke Groenbeek en weghouden van de werkelijkheid. Of hoop ik dat de boodschap van Pieter Post bij hem wortel schiet. Een soort Alle Menschen werden Bruder, maar dan in Pieter Post-taal.

Hoe dan ook. Ik kijk Pieter Post zolang het kan.

‘ Want Pieter is als vriend steeds bij de hand’

Stille genieter

Ik ben mijn stem kwijt. Dat heb ik weleens vaker als gevolg van een verkoudheid. Gisteren was met recht stille zaterdag voor mij, wat mij zeker niet belemmerde om te genieten van prachtig Tiengemeten, een natuurgebied vlakbij Rotterdam. Terwijl de kinderen speelden in de natuurspeeltuin, en ik weinig kon praten met man of vrienden, las ik de laatste bladzijden van Kolja van Arthur Japin.

Deze roman start met de dood van de grote componist Pjotr Iljitsj Tsjaikovski in 1893. Er zijn nogal wat raadsels rond zijn dood; de officiële lezing is dat hij stierf aan cholera na het drinken van besmet water maar er wordt gespeculeerd dat het zelfmoord was. Zijn homoseksualiteit zou daarin een rol spelen. Arthur Japin nam deze theorie als uitgangspunt voor zijn roman. Hoofdpersoon is Kolja Konradi, de dove jongen die door Modest, de broer van Tsjaikovski wordt opgevoed. Modest leert hem liplezen, spreken en van muziek genieten en ze reisden veelvuldig met Pjotr en een gouvernante door Europa. Kolja heeft direct na het overlijden van Pjotr argwaan over de doodsoorzaak en neemt je als lezer mee op zijn speurtocht naar de ware toedracht.

Een spannende historische roman over een componist waar ik eigenlijk nauwelijks iets van wist. Arthur Japin vond in Kolja zijn ideale hoofdpersoon omdat een beperking -zoals doofheid- met zich meebrengt dat andere zintuigen extra gevoelig zijn. Kolja als detective wendt zijn gebrek aan, om mensen om de tuin te leiden of letterlijk loslippig te worden.

Inmiddels merk ik dat mijn stem weer langzaam terug komt. Mijn handicap was gelukkig van tijdelijke aard. Voor iemand die zo graag praat als ik, is het lastig om nauwelijks aan gesprekken deel te nemen en vanmorgen had ik best graag mee gegalmd met het traditionele U zij de Glorie in de kerk. Anderzijds biedt het ook wel voordelen om even sprakeloos te zijn. Telefoon moet je laten gaan, Marien leest Siem voor het slapengaan, en tijdens de picknick hoor je de vogels luider omdat je zelf je snavel houdt.

En toen was ik toch ineens een stille genieter..