Au clair de la lune

Gisteren thuisgekomen na vijf heerlijke dagen Oerol. Ook dit jaar weer prachtige, schurende en ontroerende voorstellingen, leuke verwachte en onverwachte ontmoetingen, een harde wind, felle zon en.. volle maan! Iedere avond na een late voorstelling fietsen we terug ‘au clair de la lune’.

Maandagavond namen we plaats in het kerkje van Midsland. Boven ons  het indrukwekkende kunstwerk van de Britse kunstenaar Luke Jerram; een perfect lijkende maan met een diameter van 7 meter. Op deze ‘maan-dagnacht’ van kunst en wetenschap hoorden we colleges, bespiegelingen en liedjes over de maan.

Prof. dr. Heine Falcke is hoogleraar astrofysica aan de Radboud Universiteit (en religieus!) Hoewel alle colleges -voor een alfa als ik- nogal ‘bèta’ waren, zijn een aantal dingen uit zijn betoog me bijgebleven. Al eeuwenlang fascineert en inspireert de maan mensen. Het is het enige hemellichaam die we zo goed met het blote oog kunnen zien. Je kunt zelfs de structuur van de maan zien; kraters, schaduwplekken. De maan spreekt tot de verbeelding. Er zweven meer manen in ons zonnestelsel, maar onze maan is de trouwe metgezel van de aarde. Hij draait om onze aarde heen. En. ..hij beschermt onze planeet tegen kometen en ander losvliegend onheil.

Het is dus niet zo gek dat de maan voelt–althans zo ervaar ik het- als een troostende en geruststellende aanwezigheid. Waar je ook bent op aarde, de maan is altijd dezelfde. Hij (of zij) reist met je mee en schijnt je bij. Zij beschermt onze kwetsbare planeet met alle leven erop door haar vaste baan rond de aarde. En bij het licht van de maan ziet alles er anders uit.

Ook bezochten we de prachtige voorstelling Kopland van PeerGrouP en Gouden Haas. De melancholieke gedichten van Rutger Kopland op een koptelefoon, wij zittend op een klapstoeltje met als decor een prachtige wolkenlucht en een heuvel. Twee acteurs en een glazen kas. Ik vond het schitterend.

De dichter en psychiater Kopland werd geïnspireerd door het landschap en de natuur. Hij dichtte over het maanlicht:

Grasveld in het maanlicht

Je raapt een pop uit het gras

maar je weet niet welk verdriet

het was dat je terugvindt

 

de maan doet wat hij wil

hij beduimelt het kleine

landschap in de zandbak

geel als een prent

bij je grootmoeder

hij zet een schilderachtig

speelgoed-paard in galop

over de prairie.

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+Share on LinkedInEmail this to someone

Jeruzalem Al-Quds

Het vergt een stap in blind vertrouwen maar we nemen die stap graag, en verbeelden ons dat hummus de inwoners van Jeruzalem uiteindelijk bij elkaar zal brengen, als al het andere heeft gefaald.

Dit schrijven Sami Tamimi, een Palestijn die in het oostelijke –islamitische- deel van Jeruzalem (Al-Quds) opgegroeid is en Yotam Ottolengi die zijn jeugd in het joodse westelijk deel van de stad doorbracht. Samen schreven ze een kookboek. Marien kreeg het prachtige boek voor z’n verjaardag. De gerechten, de foto’s’ en de verhalen; ze doen zelfs mij terugverlangen naar Jeruzalem dat ik twee keer bezocht, en waar Marien negen maanden woonde.

Ook las ik deze week de roman ‘Grensleven’ van de Israëlische Dorit Rabinyan. Het is het liefdesverhaal van de Palestijnse Hilmi en de joodse Liat. Ze ontmoeten elkaar in New York en beleven een hartstochtelijke Amerikaanse winter. Net als de schrijvers van het kookboek zijn ze opgegroeid met dezelfde kleuren, geuren en smaken van het Midden-Oosten en delen ze de heimwee naar hun thuisland. Toch dringt zelfs in hun romantische cocon de politieke werkelijkheid binnen en kunnen ze discussies hierover niet vermijden.

Ik vond het een prachtig gevoelig boek met meesterlijke karakters. Heel subtiel en realistisch legt Rabinyan de situatie in het Midden Oosten bloot en hoe dit menselijke relaties bepaalt. In Israël werd dit boek verboden op middelbare scholen omdat het relaties tussen Joden en Palestijnen zou bevorderen.

Israël is een fascinerend, ingewikkeld land waar fanatiek gestreden wordt om een stukje land, of het beschermen van de eigen religie, cultuur en manier van leven. Die passie heeft naast de destructieve kant, ook de positieve kant dat die energie te proeven is in al die heerlijke gerechten, aldus Ottolenghi.


Aan die gerechten heb ik mij vanavond gelaafd. Het was verrukkelijk en in goed gezelschap. Ik hoop van harte met de auteurs dat gezamenlijk koken en eten kan bijdragen aan de verbroedering en vreedzaam samenleven aldaar.  Lechaim!

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+Share on LinkedInEmail this to someone

Vlamberken en kroketten


Gisteren vierden we de 40e verjaardag van Marien. Een heerlijk tuinfeest met veel vrienden, witte wijn en kroketten. Vandaag, the day after, genieten we na en bekijken we alle cadeaus. Echte mannen cadeaus; bier, kaas, messen, kookboeken en het boek De Man het Hout van de auteur Lars Mytting. Deze filosofische uiteenzetting over hout en houthakken werd een bestseller in Noorwegen.

Toevallig las ik afgelopen week De Vlamberken, ook van Mytting. Een verhaal gaat over de 23-jarige Edvard die op een Noorse boerderij door zijn grootouders wordt opgevoed. Zijn ouders kwamen onder geheimzinnige omstandigheden om het leven in Frankrijk. Hij was daar zelf ook bij als 3-jarig kind maar kan zich er weinig van herinneren. Na de dood van zijn opa gaat hij op onderzoek naar wat er precies gebeurd is, en naar zijn eigen roots.

Ook in dit boek spelen bomen en hout een belangrijke rol. Mytting kan er gepassioneerd over schrijven. Hoewel deze thriller-achtige roman niet echt tot mijn favoriete genre behoort, heb ik het met plezier gelezen.

Wat mij het meeste aansprak is de steeds intenser wordende behoefte van Edvard om de geschiedenis te reconstrueren, en zijn ouders te leren kennen. Hoe dichter hij bij de plek des onheils komt, des te intenser worden zijn herinneringen. In beelden, geuren en sensaties komen ze tot hem. Ook bepaalde eigenschappen van zichzelf kan hij beter plaatsen als hij zijn (groot-)ouders –via verhalen en voorwerpen- leert kennen.

Het is fijn om jezelf binnen je familieverhaal te kunnen plaatsen, en sommige eigenschappen en/of uiterlijke kenmerken te herkennen in je ouders of grootouders. Of in je kind.. Ter gelegenheid van zijn verjaardag selecteerde Marien 40 foto’s om zijn afgelopen 40 levensjaren in beeld te vangen.

Marien als 3-jarig jongetje

Dat zijn uiterlijke kenmerken zijn doorgegeven aan het nageslacht behoeft weinig betoog ..

Maar ook bepaalde voorkeuren lijkt Siem te hebben overgenomen van zijn vader. Marien had voor de gelegenheid 50 kroketten besteld in de loop van de avond; zijn favoriete snack. Siem wist zijn aftocht naar bed tot ver over tienen te rekken.

Hij had toen drie kroketten op..

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+Share on LinkedInEmail this to someone

Jihad van liefde


Afgelopen maandag gaf ik een minicollege islam en migrantenchristendom. Altijd spannend omdat de discussie over de islam op het scherpst van de snede gevoerd wordt. En toen wisten we nog niet eens dat die nacht een IS-aanhanger zichzelf zou opblazen na oploop van een popconcert in Manchester. Weer een aanslag. Dit keer met tientallen onschuldige tienermeisjes en hun ouders. Drama.

Je kunt moeilijk volhouden dat religie niets met geweld te maken heeft. Niet omdat religie op zichzelf gewelddadig is, maar omdat een religie door mensen wordt vormgegeven. Maar ook wanneer religie uit de wereld zou zijn is het geweld niet verdwenen.

Geweld hoort tot de menselijke conditie, stelt filosoof Hans Achterhuis in zijn magnum opus Met Alle Geweld. Dat kun je maar beter onder ogen zien en het proberen met wetten, instituties en zelfinzicht zo veel mogelijk te kanaliseren en te beperken. Aan het einde van zijn boek introduceert hij het mooie begrip ‘morele onverschrokkenheid’. Er zijn mensen die in een situatie van van geweld en wreedheid een ander geluid laten horen of met gevaar voor eigen leven proberen ‘het goede’ te doen. Martin Luther King en Nelson Mandela zijn natuurlijk legendarische voorbeelden maar ik moet ook denken aan pater Frans van der Lugt of al die helden van Artsen zonder Grenzen in Zuid Sudan…

Deze voorbeelden van morele onverschrokkenheid zijn belangrijk en moeten verteld worden, aldus Achterhuis.

Daarom las ik maandag na afloop een tekst voor van de Marokkaanse Belg Mohamed El Bachiri. Hij verloor in maart 2016 zijn geliefde vrouw Loubna bij de aanslagen in Brussel en hij schreef het indrukwekkende boekje ‘Een jihad van liefde’. Als je 6 minuten tijd hebt; laat je dan inspireren door dit voorbeeld van morele onverschrokkenheid.

https://www.youtube.com/watch?v=clkzGkyqzoo

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+Share on LinkedInEmail this to someone

De domineeszoon van Rhoon

Ik heb genoten van de roman Mijn kleine Waanzin van Jan Brokken. Hij beschrijft daarin  zijn Hollandse jeugd en puberteit in de jaren ’50 en ’60. Zijn vader was theoloog en islam-deskundige en het gezin woonde voor de oorlog in Nederlands Indië. Tijdens de oorlog kwamen zijn ouders en zijn twee broers in een jappenkamp terecht. Jan werd in 1949 geboren, terug in Nederland. Zijn vader werd hervormd predikant in Rhoon. Jan was als enige van het gezin ‘van na de oorlog en na de tropen’ en voelde zich een buitenbeentje. Ook in het dorp voelde hij zich zonderling als zoon van de dominee. Ondanks zijn afkeer van de kleinburgerlijkheid van het dorp en de onverdraagzaamheid van gelovigen in het algemeen, voelt hij zich nog altijd verbonden met het dorp. Zijn opvoeding in de pastorie was volledig gericht was op Het Woord en ook dat heeft hem sterk gevormd. In een uitzending van Schepper in Co zegt hij hierover:

“Ik heb veel gereisd, ik heb daar veel over geschreven, maar ik heb me altijd gerealiseerd; ik ben een Nederlander. Ik kom van de Zuid-Hollandse eilanden. Ik ben de domineeszoon van Rhoon. Ik kijk naar de wereld met de blik die ik hier heb ontwikkeld”.

mijn eigen jeugd in Driebruggen, 1986

De roman gaat ook over de hechte maar moeizame relatie met zijn vader. Door de afschuwelijke jaren in het kamp ontwikkelde zijn vader een kampsyndroom. Hij verdoofde zichzelf met drank en pillen. Het bracht zijn positie als predikant in gevaar. Hoewel Jan tijdens zijn puberteit heftige aanvaringen had met zijn vader en een pad koos die zijn vader niet voor ogen had (journalistiek) schrijft hij vol liefde en mededogen over hem. In de uitzending van Schepper & Co (overigens een aanrader om terug te kijken: https://www.npo.nl/schepper-co-aan-tafel/05-08-2013/NCRV_1618366) geeft hij aan dat echt weg moest uit het dorp, maar tegelijk ontroert het hem als hij uitkijkt over de weilanden van de Zuid Hollandse eilanden. Rutger Kopland schreef een mooi gedicht over het verlaten van je dorp, het verlaten van je jeugd:

 

Verlaat het dorp in de vroege morgen,

het laatste bewoonde huis ziet uit

over een kloof, verlaat ook deze plek,

ga langs het pad naar beneden

tot waar het eindigt

 

Volg dan een spoor van schapen en geiten

langs de kale helling, de diepte in,

er zal daar een rivier zijn,

een verlaten stal, een verbrokkelde brug,

waad naar de overkant.

 

Zoek tussen de stenen het spoor omhoog

en volg dit, het zal steil zijn en zwaar,

maar boven is schaduw,

in de verte zal men het dorp zien

dat men verliet.

 

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+Share on LinkedInEmail this to someone