Van ‘t pad af

Gisteren hoorde ik op de radio dat de fabrieken in China weer draaien. En dat de luchtkwaliteit boven Peking weer even desastreus is als voor de corona-crisis. ’s Avonds zag ik op de tv hoe een Zwitserse gletsjer ingepakt werd met folie om zo te voorkomen dat de sneeuw smelt voor de toeristen.. De moed zonk me in de schoenen. Gaan we echt weer terug naar dit ‘normaal’?

foto van Maaike Hoonhout op een wandeling vorig jaar nabij Driebruggen

In Volkskrant magazine werd historicus Rutger Bregman gevraagd hoe we optimistisch kunnen blijven in corona-tijd. In zijn antwoord maakt hij een onderscheid tussen optimisme en hoop. Waar optimisme suggereert dat het allemaal wel goed zal komen, gaat hoop over de mogelijkheid tot verandering en roept het je op in actie te komen. 

Want door alle ellende heen, brengt deze crisis toch ook inzichten. We zijn toch volkomen van het pad af met onze chartervluchten voor een paar tientjes, kuikentjes die door een versnipperaar gaan omdat ze geen economisch nut hebben, en al die idiote terrasbranders op de Goudse markt.

Ik moet denken aan het nummer Turn Turn Turn van de Byrds, geïnspireerd op het Bijbelboek Prediker: alles heeft zijn tijd. Het nummer eindigt met de zin: ‘A time for peace, I swear it’s not too late’, en daarmee voegt het iets toe aan de woorden van Prediker. Het nummer is geschreven in de jaren ’60 door Pete Seeger- een muzikant uit de protestgeneratie- met de overtuiging dat je dingen kunt veranderen. Laten we ons bezinnen op onze waarden en wereld en waar nodig het roer radicaal omgooien. Never waste a good crisis.

I swear its not too late

Adem

‘Vrijheid’ een tekening van Gouds kunstenaar Claudia Huft

Ze is negentig en ze tekent. Ze maakt prachtige kleine pentekeningen van bloemen. Bloemen die haar bezorgde dochters laten bezorgen op haar kamer. Ze was vroeger tekenlerares.  En nu woont ze als negentigjarige, tussen andere negentigjarigen in een huis dat op slot zit. Ze kan haar dochters niet zien, ze weet niet hoe het met de andere bewoners is, waar ze altijd samen mee eet of een praatje mee maakt. Ze weet ook niet dat zoveel van haar medebewoners inmiddels overleden zijn aan het geniepige virus. Wat ze wel weet is dat ze de zon mist, de wind en de geur van buiten.

Gisteren haalde ik haar op: mondkapje op, jas aan. Even met de rollator naar de tuin, een kwartiertje buiten. Ze wijst me op de waterdruppels op de hosta die glimmen in de zon. “Die zijn mooi hè, die kan ik straks weer tekenen”

Inspiratie: inademing van lucht.

Ik wist niet dat het zo letterlijk is.

Enkel zon

Wat kan er in een week veel veranderen. Vorige week had ik nog plannen om de Mattheus te beluisteren in kleine groepjes. Helaas heeft het virus afgelopen week in het verpleeghuis hard toegeslagen en wordt er met man en macht gewerkt om de bewoners en onszelf te beschermen en te verzorgen. Toen ik gistermiddag aankwam schalde de Mattheus Passion uit een open raam van een van de bewoners: Erbarme Dich. Samen met de dochter van de mevrouw uit die kamer stond ik een tijdje stil op het pleintje.

Een verlaten Tuinkamer, lege gangen, medewerkers met mondkapjes. Bewondering  voor de verzorging en artsen die zich een slag in de rondte werken.

Ik bel bewoners en familie, probeer de verzorging te ondersteunen, schrijf stukjes in de wekelijkse nieuwsbrief; doe mijn best op een bemoedigend woord.

Gisteravond een moe en onrustig gevoel. Toch maar Jesus Christ Superstar gekeken, wat we ieder jaar doen op Goede Vrijdag. En zowaar, het hielp een beetje, de lullaby van Maria.

Try not to get worried, try not to turn on to

Problems that upset you, oh.

Don’t you know

Everything’s alright, yes, everything’s fine.

En vanmorgen werd ik wakker in een zonovergoten huis. Siem kleurt. Ik eet een beschuitje met jam. En even is alles goed…

Geen dag kan zo beginnen,

als deze dag begon;

ik kwam mijn kamer binnen

en daar was enkel zon.

De klok was staan gebleven,

maar ik vroeg naar geen uur;

de tijd was opgeheven,

daar was slechts licht en duur.

En duur en licht en luister;

de winter was voorbij;

in rouwfloers sloop het duister

en vluchtte weg van mij.

De zon op drup en perel,

viel over knop en tak;

en voor me zong de merel

op buurmans pannendak.

Geen dag kan zo beginnen,

als deze dag begon:

ik kwam mijn kamer binnen

en daar was enkel zon.

Jac. van Hattum

Daarom bewonder ik de bomen

Vandaag waren we voor het eerst na weken weer in Driebruggen bij mijn ouders. Nu het mooi weer is kunnen we gelukkig -met 1,5 meter afstand- thee drinken in de tuin en Siem kon een stokken-gevecht met opa houden.

Door de social distancing merk je wat een sociale dieren we eigenlijk zijn, en hoe vanzelfsprekend en belangrijk fysiek contact is. Een zoen bij binnenkomst, een aai over je bol, een schouderklop.

Ook mijn werk wordt bemoeilijkt door deze beperkingen. Collega geestelijk verzorger Marieke Schoenmakers begeleidt in een Brabants ziekenhuis Corona-patiënten en hun familie. Ze draagt een beschermend pak met mondkapje, handschoenen en spatbril. In Trouw vertelt ze: “Mensen weten niet eens hoe ik er uitzie. Wat scheelt is dat het helemaal niet om mij gaat. Ik begeleid mensen, help ze om afscheid te nemen. Sterven kan een grote opgave zijn”.

Ik heb respect voor mijn collega’s in de frontlinie. Het verpleeghuis waar ik werk ik vooralsnog vrij gebleven van het virus. Ik kan mensen, weliswaar op afstand, nog bezoeken zonder beschermende middelen. Vrijdag ga ik proberen in kleine groepjes hoogtepunten uit de Mattheus Passion te laten horen. Verbinding en troost in deze stille -en voor velen eenzame -tijd.

En terwijl de wereld krakend tot stilstand is gekomen, pakt de natuur schaamteloos uit. De oude perenboom in de tuin van mijn ouders is op z’n mooist. Toon Hermans dichtte:

Als ik de bomen zie

gemaakt van hetzelfde leven

maar dan met stam en tak en twijgen

als ik de bomen zie

dan luister ‘k altijd even

naar hun fantastisch zwijgen

ik heb de storm zien komen

hij sloeg ze half kapot

verstild zag ik ze dromen

of dansen, zomerzot

ik zag hun angstig beven

in donker en in licht

en zie mijn eigen leven

in hun verweerd gezicht

Gelukkig kunnen we ons in deze tijden laven aan de wijsheid van oude bomen, en van oude dichters zoals Toon.

De meeste mensen deugen

Onvoorstelbaar dat het nog maar een week geleden is dat we het verzoek kregen van de premier elkaar geen hand te geven en in onze elleboog moesten hoesten. Inmiddels hebben we bijna een week thuisgewerkt, thuis-onderwijs gegeven, houden we 1,5 meter afstand van mekaar, en vanavond is ook besloten dat de verpleeghuizen dicht gaan voor bezoek. Noodzakelijk maar intens verdrietig. Het is nog onduidelijk wat dit voor mijn werk zal betekenen. Ik peins over andere wegen. Creativiteit wordt geprikkeld door crises..

En niet alleen onze creativiteit wordt aangeboord. De social media en tv staan bol van hartverwarmende initiatieven. Een halfjaar terug las ik Rutger Bregmans ‘De meeste mensen deugen’ en ik denk dat we kunnen concluderen dat hij het bij het rechte eind had.  ‘Rampen en crises halen het beste uit ons naar boven. Er zijn weinig wetenschappelijke inzichten waar zo veel bewijs voor is, en toch wordt het vaak vergeten. Juist nu, tijdens deze pandemie, is het cruciaal om het te onthouden.’ aldus Bregman op de website van de Correspondent.

Natuurlijk zijn er uitzonderingen, maar er is een ware samenwerkingsexplosie op gang gekomen: ‘Niet alleen het coronavirus is namelijk besmettelijk; hetzelfde geldt voor vriendelijkheid, hoop en naastenliefde’

Ook thuis doen we ons best. Siem had zondagavond zijn dagschema al voor ons uitgetekend: in de kring, lees-circuit, eten en drinken..En zo zitten we nu iedere ochtend om 9 uur met z’n drietjes in de kring. Morgen zal mijn inbreng in het kring-gesprek zijn om Bregmans’ premisse tussen de oren te krijgen bij mijn enige, aller-dierbaarste leerling: ‘Siem-lieverd, de meeste mensen deugen.’

Hij zal me aankijken, een beetje met zijn ogen rollen, en zeggen zoals zo vaak: “Ja mam, dat wist ik allang”