Stranger in Paradise

Aanstaande donderdag geef ik –weer- cursus aan vrijwilligers die met statushouders werken, nu vanuit de gemeente (jawel nu als ZZP-er!) Naast een bijeenkomst over religieuze verschillen, geef ik de eerste cursusavond informatie over de asielprocedure. Naast feiten en filmpjes uit de asielzoekmachine (www.asielzoekmachine.nl) lees ik een passage voor uit ‘Hoe ik talent voor het leven kreeg’ van Rodaan al Galidi en geef ik tips voor documentaires en artikelen. Zondagavond keken Marien en ik ‘Stranger in Paradise’ van de Nederlandse filmmaker Guido Hendrikx. De Volkskrant schreef:

Een wrange, pijnlijke les, dat is Stranger in Paradise. De film die het laatste IDFA opende en op datzelfde festival een speciale juryprijs won, dwingt je voortdurend je opvattingen omtrent de migrantenstroom onder ogen te zien.

Hendrikx’ stijl is kaal, realistisch en confronterend; een combinatie van fictie en documentaire. Zijn stijl wordt in recensies vergeleken met die van Deense regisseur Lars von Trier. Migranten krijgen in een Siciliaans klaslokaal ‘les’ over hun toekomstperspectief. In iedere akte stelt de leraar zich anders op. De verschillende (rechtse, linkse en bureaucratische) visies binnen het vluchtelingendebat worden in dit klaslokaal nu eens face to face tegen de migranten gezegd. Je kunt als kijker niet wegkijken.

Inderdaad een pijnlijke les. En vooral eentje die bij mij de hele week blijft hangen en meespeelt in de voorbereidingen voor donderdag.

Ik ben hier geboren en jullie zijn daar geboren.

De wereld is niet eerlijk. 

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+Share on LinkedInEmail this to someone

Whiplash!


Drie weken geleden keek ik samen met Marien de film Whiplash, een heel knappe film van de 29-jarige regisseur Damien Chazelle. Een film waar we lang over nagepraat hebben. Waar draait het om? De Volkskrant vat het bondig samen:

“Liever tien talenten geknakt, dan één genie gemist”  Zie daar de filosofie van jazzdocent Terence Fletcher (J.K. Simmons), die een ware terreur uitoefent over zijn pupillen aan een even benauwd als prestigieus conservatorium in New York. Hij mag dan vloeken en sarren als een onvervalste drill sergeant, toch vechten de jonge musici om een plekje in Fletchers ensemble. Immers: de gevreesde meester geldt als wegbereider voor een schaars plaatsje in een toporkest.

Het verhaal wordt verteld uit het perspectief van de 19-jarige ambitieuze talentvolle drummer Andrew. Hij laat zich vernederen, uitschelden door Fletcher en drumt tot bloedens toe. Hij repeteert zoveel dat hij geen tijd meer heeft voor zijn vriendinnetje. En toch blijft hij. Zijn ambitie (en de goedkeuring van zijn docent) is hem alles waard. De acteur J.K. Simmons speelt de rol fantastisch. Hij is slecht, maar niet alleen maar slecht; soms laat hij iets van zijn zachte kant zien. Een charismatische en gevaarlijke man. Een spannende en goed gemaakte film dus met een geweldige cast. En toch werd ik er verschrikkelijk treurig van. Ook het einde bevredigde mij niet. Andrew stijgt in de finale boven zichzelf uit. Hij drumt een onmogelijke solo van het titelstuk Whiplash. Een van de laatste shots is een blik van verstandhouding tussen docent en pupil. Dat kan geïnterpreteerd worden als gelijkwaardigheid, maar ik vond de catharsis meer een moment van goedkeuring. En daarmee teleurstellend. Ik had zo gehoopt dat de liefde voor muziek het laatste woord zou hebben .. Of eigenlijk meer de triomf van Andrew, want het gaat uiteindelijk helemaal niet meer om muziek maar om de strijd tussen de twee mannen. De film cirkelt rond de vraag of het tuchtigen van talent nu wel of niet effectief is. Volgens Marien wel; het werkt niet bij iedereen, maar een veeleisende leermeester zou het beste uit iemand halen. Ik geloof dat niet. Natuurlijk is het hebben van een talent niet voldoende; discipline, enige vorm van fanatisme (die ik vrees ik niet heb) is zonder twijfel noodzakelijk om ergens heel erg goed in te worden. Maar vernedering beschadigt. Het breekt af in plaats van dat iets opbouwt. Of heiligt het doel soms de middelen?

Een absolute aanrader deze film als je zin hebt in een stevig gesprek daarna. Ik zou er zo een lezinkje over kunnen maken..

 

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+Share on LinkedInEmail this to someone

Dorsvloer vol confetti

Samen met mijn vriendinnen Annette en Marlinde – twee zussen van een boerderij- bezocht ik de boekverfilming van ‘Dorsvloer vol confetti’ van Franca Treur. Daar moest ik als ‘godsdienstwaanzinnige’ natuurlijk naartoe, volgens Annette. De film gaat over het 12-jarige meisje Katelijne dat opgroeit in een reformatorisch gezin op een boerderij in Zeeland. Ze is de enige meisje in een gezin met twee oudere broers en twee tweelingbroertjes. Er mag veel niet in dit gezin: ze mag geen broeken dragen, geen televisie kijken, niet naar de kermis.. Dagelijks bidt het gezin om kracht om op het ‘smalle pad van het geloof’ te blijven. Maar toch is het geen zware film en was het voor mij een feest der herkenning. Niet omdat ik uit een zwaar gelovig gezin kom, maar ik groeide wel eind jaren ’80 op in een dorp. Een rolletje mentos dat in de kerk wordt doorgegeven, de fluoriserende roze broek van het onkerkelijke meisje waar broer Christiaan heimelijk verliefd op is, de fantasierijke wereld van een meisje van 12 en haar nieuwsgierigheid naar de grote stad.

De film is terecht met veel lof ontvangen. Het brengt het Zeeuwse landschap poetisch mooi in beeld, de – veelal onbekende- acteurs spelen goed (zeker de hoofdrol wordt prachtig vertolkt door de 14-jarige Hendrikje Nieuwerf) en het is nergens bitter of venijnig. Recensent Barend de Voogd zegt: De ouders van Katelijne zijn geen monsterlijke fanaten, ze houdt van ze. Dit is geen film vol geschreeuwde confrontaties, over een meisje dat in opstand komt. De gebeurtenissen rijgen zich eerder wat dromerig aaneen, tot de ontroerende maar onvermijdelijke ontknoping”.

Franca Treur is iemand van mijn eigen generatie. Zij kijkt met een kritische maar liefdevolle blik naar haar ouders en de verstikkende omgeving waarin ze opgroeide. Hoewel; misschien ook wel een beetje met wat meewarigheid (bijvoorbeeld wanneer een zeeltige onderwijzer een popliedje terugspoelt en daaruit satanische boodschappen denkt te ontleden). Ze heeft echter niet de behoefte giftig te doen zoals auteurs van een eerdere generatie dat deden zoals Jan Siebelink of Maarten ‘t Hart. Is dit de houding van een generatie die niet zozeer beschadigd uit een streng gelovige jeugd komt, maar meer ironisch, reflexief? Ik vind het in ieder geval mooi dat ze met het badwater niet het kind weggooit; met het ontgroeien van het milieu, is ze blijkbaar niet vergeten dat er ook positieve dingen waren. Het geeft de kijker een mooi inkijkje in een streng religieuze gemeenschap. Je zou bijna zeggen; het zijn net mensen!

http://www.youtube.com/watch?v=UDnjGhCmq4c

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+Share on LinkedInEmail this to someone

Hanna Arendt

De filosofe Hanna Arendt, ken ik uit de colleges wijsbegeerte. Ik had zogezegd de welbekende klok horen luiden (iets met de banaliteit van het kwaad en een liefdesrelatie met haar leraar Martin Heidegger..) maar toen ik hoorde dat er een film over haar was leek me dat een uitstekende manier om mijn kennis bij te spijkeren. Annette en ik namen samen de vroege voorstelling. We zaten op de eerste rij en kregen de filosofische dialogen 113 minuten over ons heen gestort. Na  afloop verzuchtte Annette: “Ik vond ‘t knap ingewikkeld”.

Hanna Arendt, een joods meisje geboren in Hannover, startte haar studie filosofie en theologie in 1924 in Berlijn. Ze was actief in de zionistische politiek en vluchtte naar Frankrijk. Toen de nazi’s in 1940 Frankrijk binnenvielen werd ze geïnterneerd in een kamp. Ze vluchtte in 1941 naar New York waar ze zich bezighield met lesgeven en schrijven.

De film concentreert zich op een belangrijke periode uit het leven van Arendt: haar invloedrijke verslag van de  zaak-Eichmann voor het Amerikaanse tijdschrift The New Yorker. In 1961 wordt Eichmann berecht in Jeruzalem. Hanna Arendt gaat ernaartoe. Na het proces concludeert ze dat Eichmann geen antisemiet is maar “een nobody” een bureaucraat die slechts bevelen opvolgde.  Een griezelig gewoon mens. Ze introduceert het begrip  ‘de banaliteit (gewoonheid) van het kwaad’ waarmee ze aangeeft dat Hitler zoveel slachtoffers heeft kunnen maken doordat ijverige ambtenaren ‘gewoon hun werk deden’ en zich niet verantwoordelijk voelden omdat ze opgehouden waren met denken. Haar ideeën hierover werden destijds niet goed begrepen , en velen beschuldigden haar ervan dat zij het voor Eichmann opnam.  Een tweede punt wat haar erg kwalijk werd genomen is dat ze de rol van een deel van joden, de Judenrat, bij de transporten van Joden durfde te bevragen.

Hanna Arendt komt in de film naar voren als een slimme, hardwerkende en kettingrokende vrouw: one of the guys die de controverse niet schuwt. Toch wordt zij niet echt een vrouw van vlees en bloed. Er wordt ongelooflijk veel gepraat, gediscussieerd in de film. De filmmaakster lijkt alle feiten, geschiedenis, opvattingen in de dialogen te willen proppen waardoor het inderdaad ‘knap ingewikkeld wordt’ en de vrouw Hanna Arendt nauwelijks meer wordt dan de som van haar opvattingen. Mike Peek van het Parool zegt: “Je wordt er wel wijzer van, maar voelt er niets bij” en dat ervaarde ik ook een beetje.

Al met al is de film goed geslaagd als college-  Inleiding in Hanna Arendt-  maar als vrijdagavondfilm is hij wel erg droog.  Haar ideeën over het kwaad –met dit thema worstelde ze tot aan haar dood- geeft echter  nog altijd stof tot denken: The sad truth is that most evil is done by people who never make up their minds to be good or evil’.

http://www.youtube.com/watch?v=KDO5u2YSbm0

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+Share on LinkedInEmail this to someone