Zwitserleven

Zwitserland! Een land waar ik mee groot gebracht ben. Als jong meisje ging ik al met mijn ouders naar de Alpen; met een wandelstok de bergen in. Een van mijn eerste spreekbeurten op de basisschool ging over Zwitserland. Ik had informatie opgevraagd bij ‘het Zwitsers verkeersbureau voor toerisme’ en kon op mijn 10e een ieder vertellen dat er vier talen worden gesproken en dat Zwitserland neutraal was in de Tweede Wereldoorlog.

Dat laatste ben ik met toch iets andere ogen gaan bekijken na het lezen van de roman Gustav en Anton van auteur Rose Treman. Het speelt zich af in een klein Zwitsers stadje tijdens en na de Tweede Wereldoorlog. In de loop van het boek wordt duidelijk dat Zwitserland/de Zwitserse banken niet zulke schone handen had als gedacht. De levens van de twee jeugdvrienden Gustav en Anton worden hier (mede) door bepaald. Het boek gaat over vriendschap maar misschien nog wel meer over liefde; het zoeken ernaar en het onvermogen om het uiten. De Zwitserse moraal wordt Gustav door zijn bijles-leraar al op jonge leeftijd haarscherp bijgebracht: 

‘Zwitserland moet zijn als een kokosnoot. We beschermen onszelf –alle goede dingen die we hebben en die we zijn- met een harde vastberaden maar rationele houding, onze neutraliteit’

Zelfbeheersing en rationaliteit zijn belangrijke waarden die enerzijds sterk de sfeer van het boek bepalen. Anderzijds is het juist een extreem emotioneel boek waar personages sterk door hun driften, angsten en geheimen worden geleid (het eerste leidt waarschijnlijk ook wel tot het tweede..) The Guardian noemde dit boek een soort Zwitserse Stoner maar dat durf ik te betwisten. Hoewel ik met heel veel plezier heb gelezen, komt het wat mij betreft niet bij de subtiliteit van Stoner in de buurt. De oorspronkelijke titel is the Gustav-Sonate en dat past eigenlijk beter bij het boek. Het gaat namelijk hoofdzakelijk over Gustav, en hoe hij geworden is wie hij is.

Zo snel Siem zin krijgt om te gaan bergwandelen, gaan we naar Zwitserland en herlees ik Gustav en Anton gewoon nog eens op de balkon van een chalet. Daar komt het misschien nog beter tot zijn recht dan aan de Normandische kust..

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+Share on LinkedInEmail this to someone

Warme melk aan zee

Gisteren thuisgekomen van twee heerlijke weken Frankrijk. Ik ben verslingerd geraakt aan de prachtige kusten en wolken van Normandië. Iedere dag erop uit en ’s avonds lezen met een wijntje erbij.

Ik heb drie romans uitgelezen. Een daarvan speelt zich ook af bij de zee. De roman heet Warme Melk van Deborah Levy en de titel is even ondoorgrondelijk als het boek. Het gaat over de 25-jarige Sofia. Haar Griekse vader heeft haar Britse moeder verlaten toen Sofia nog klein was. Sofia is antropologe maar lijkt niet goed te weten wat ze met haar leven, de liefde en haar toekomst aan moet. Rose, haar moeder, lijdt aan een onverklaarbare ziekte waardoor ze soms verlamd is. Sofia zorgt als vanzelfsprekend voor Rose en neemt haar boosaardigheid op de koop toe. Als Rose een extra hypotheek neemt om een wonderdokter te consulteren, reist Sofia mee naar de Spaanse kust. Daar maakt ze vanalles mee; ze knoopt intense relaties aan, bevrijdt een kettinghond en wordt dikwijls gebeten door Medusa’s; gigantische kwallen..

In de Groene Amsterdammer schrijft Niña Weijers

Levy’s roman is een freudiaans spiegelpaleis, waarin zich achter iedere concrete werkelijkheid een symbolische orde schuilhoudt. Moeders moeten gedood, seksualiteit veroverd, trauma’s herleefd, het onbewuste gekanaliseerd. Het is over the top, en het werkt.

Bij mij hadden al die symbolen, verwijzingen en absurde personages een andere uitwerking. Ik had steeds het gevoel dat ik tentamenvragen zou krijgen over de dubbele lagen die ik zou moeten ontdekken. Opgezette aapjes, Griekse sandalen, een slang die gedood moet worden; het hele boek heeft een dreigende sfeer, niet in de laatste plaats doordat er tussen de hoofdstukken mysterieuze observaties staan, alsof iemand Sofia begluurt.

Hoe dan ook, het is razend knap geschreven en het is ook waar wat er op de achterflap staat:‘Na het lezen van deze koortsachtige coming-of-ageroman blijven de bizarre beelden nog lang hangen’

Toch ben ik blij dat de noord-Franse wind die bizarre beelden heeft weggeblazen en dat de zee mij geen Medusa kwallen bracht maar prachtige schelpjes en stenen..

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+Share on LinkedInEmail this to someone

Do you really care?

Bovenop in mijn weekendtas naar Oerol zat het magistrale boek de Ondergrondse Spoorweg van Colson Whitehead. Het bekroonde boek gaat over de 15-jarige Cora -slavin op een katoenplantage in Georgia- die haar lot in eigen hand neemt. Ze vlucht met hulp van ‘de ondergrondse spoorweg’, de aanduiding voor het geheime netwerk dat slaven van zuid naar noord loodste in de 19e eeuw. Whitehead vertaalt dit letterlijk tot een ondergrondse trein, en neemt je als lezer mee op deze levensgevaarlijke tocht. De roman is razend spannend en je wordt –net als Cora- opgejaagd door slavenjagers, geschokt door het buitenissige geweld en verbouwereerd door de algehele rassenscheiding en discriminatie. Ook schetst de auteur pijnlijke paralellen met de actualiteit. Blanken werden opgehitst en bang gemaakt voor (de wraak van) zwarten. Een zuidelijke senator waarschuwt: ‘In het donker, zei hij, lag het zwarte schoelje op de loer om de vrouwen en dochters van brave burgers te onteren.’

Met deze passage vers in het hoofd stapte ik aan wal en bezocht als eerste de voorstelling A seat at the table. Ik werd direct geconfronteerd met het feit dat slavernij dan wel tot het verleden behoort, maar dat alledaags racisme bepaald nog niet verdwenen is..

De initiatiefnemer van dit stuk -Samir Amini- houdt Nederland een spiegel voor. Amini en drie andere acteurs vertellen over het expliciete maar vooral ook sluipende racisme waarmee zij te maken krijgen. Over een zwemcoach die denkt dat alle zwarten zinken, over Jack Spijkerman die Humberto Tan beledigt door een grap te maken (“je bent niet alleen zwart, je bent nog dom ook”) en over Humberto Tan die hier als een aangepaste Bounty (zwart van buiten, wit van binnen)  sociaal wenselijk op reageert.


Ik, als blanke in een bijna helemaal wit publiek, voelde me aangesproken en soms ook wat ongemakkelijk. De voorstelling gaf op een prikkelende -maar ook heel geestige en ontroerende manier- stof tot nadenken en napraten. Samir eindige met een krachtig lied met de terugkerende zin: ‘Eerste stap is erkennen van het hebben van een probleem’

Volkskrant recensent Annette Embrechts reageerde:

Stap één is benoemen. Stap twee: serieus nemen. En stap drie: eerlijk antwoord geven op de vraag: do we really care?

 

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+Share on LinkedInEmail this to someone

Jeruzalem Al-Quds

Het vergt een stap in blind vertrouwen maar we nemen die stap graag, en verbeelden ons dat hummus de inwoners van Jeruzalem uiteindelijk bij elkaar zal brengen, als al het andere heeft gefaald.

Dit schrijven Sami Tamimi, een Palestijn die in het oostelijke –islamitische- deel van Jeruzalem (Al-Quds) opgegroeid is en Yotam Ottolengi die zijn jeugd in het joodse westelijk deel van de stad doorbracht. Samen schreven ze een kookboek. Marien kreeg het prachtige boek voor z’n verjaardag. De gerechten, de foto’s’ en de verhalen; ze doen zelfs mij terugverlangen naar Jeruzalem dat ik twee keer bezocht, en waar Marien negen maanden woonde.

Ook las ik deze week de roman ‘Grensleven’ van de Israëlische Dorit Rabinyan. Het is het liefdesverhaal van de Palestijnse Hilmi en de joodse Liat. Ze ontmoeten elkaar in New York en beleven een hartstochtelijke Amerikaanse winter. Net als de schrijvers van het kookboek zijn ze opgegroeid met dezelfde kleuren, geuren en smaken van het Midden-Oosten en delen ze de heimwee naar hun thuisland. Toch dringt zelfs in hun romantische cocon de politieke werkelijkheid binnen en kunnen ze discussies hierover niet vermijden.

Ik vond het een prachtig gevoelig boek met meesterlijke karakters. Heel subtiel en realistisch legt Rabinyan de situatie in het Midden Oosten bloot en hoe dit menselijke relaties bepaalt. In Israël werd dit boek verboden op middelbare scholen omdat het relaties tussen Joden en Palestijnen zou bevorderen.

Israël is een fascinerend, ingewikkeld land waar fanatiek gestreden wordt om een stukje land, of het beschermen van de eigen religie, cultuur en manier van leven. Die passie heeft naast de destructieve kant, ook de positieve kant dat die energie te proeven is in al die heerlijke gerechten, aldus Ottolenghi.


Aan die gerechten heb ik mij vanavond gelaafd. Het was verrukkelijk en in goed gezelschap. Ik hoop van harte met de auteurs dat gezamenlijk koken en eten kan bijdragen aan de verbroedering en vreedzaam samenleven aldaar.  Lechaim!

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+Share on LinkedInEmail this to someone

De domineeszoon van Rhoon

Ik heb genoten van de roman Mijn kleine Waanzin van Jan Brokken. Hij beschrijft daarin  zijn Hollandse jeugd en puberteit in de jaren ’50 en ’60. Zijn vader was theoloog en islam-deskundige en het gezin woonde voor de oorlog in Nederlands Indië. Tijdens de oorlog kwamen zijn ouders en zijn twee broers in een jappenkamp terecht. Jan werd in 1949 geboren, terug in Nederland. Zijn vader werd hervormd predikant in Rhoon. Jan was als enige van het gezin ‘van na de oorlog en na de tropen’ en voelde zich een buitenbeentje. Ook in het dorp voelde hij zich zonderling als zoon van de dominee. Ondanks zijn afkeer van de kleinburgerlijkheid van het dorp en de onverdraagzaamheid van gelovigen in het algemeen, voelt hij zich nog altijd verbonden met het dorp. Zijn opvoeding in de pastorie was volledig gericht was op Het Woord en ook dat heeft hem sterk gevormd. In een uitzending van Schepper in Co zegt hij hierover:

“Ik heb veel gereisd, ik heb daar veel over geschreven, maar ik heb me altijd gerealiseerd; ik ben een Nederlander. Ik kom van de Zuid-Hollandse eilanden. Ik ben de domineeszoon van Rhoon. Ik kijk naar de wereld met de blik die ik hier heb ontwikkeld”.

mijn eigen jeugd in Driebruggen, 1986

De roman gaat ook over de hechte maar moeizame relatie met zijn vader. Door de afschuwelijke jaren in het kamp ontwikkelde zijn vader een kampsyndroom. Hij verdoofde zichzelf met drank en pillen. Het bracht zijn positie als predikant in gevaar. Hoewel Jan tijdens zijn puberteit heftige aanvaringen had met zijn vader en een pad koos die zijn vader niet voor ogen had (journalistiek) schrijft hij vol liefde en mededogen over hem. In de uitzending van Schepper & Co (overigens een aanrader om terug te kijken: https://www.npo.nl/schepper-co-aan-tafel/05-08-2013/NCRV_1618366) geeft hij aan dat echt weg moest uit het dorp, maar tegelijk ontroert het hem als hij uitkijkt over de weilanden van de Zuid Hollandse eilanden. Rutger Kopland schreef een mooi gedicht over het verlaten van je dorp, het verlaten van je jeugd:

 

Verlaat het dorp in de vroege morgen,

het laatste bewoonde huis ziet uit

over een kloof, verlaat ook deze plek,

ga langs het pad naar beneden

tot waar het eindigt

 

Volg dan een spoor van schapen en geiten

langs de kale helling, de diepte in,

er zal daar een rivier zijn,

een verlaten stal, een verbrokkelde brug,

waad naar de overkant.

 

Zoek tussen de stenen het spoor omhoog

en volg dit, het zal steil zijn en zwaar,

maar boven is schaduw,

in de verte zal men het dorp zien

dat men verliet.

 

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+Share on LinkedInEmail this to someone