Do you really care?

Bovenop in mijn weekendtas naar Oerol zat het magistrale boek de Ondergrondse Spoorweg van Colson Whitehead. Het bekroonde boek gaat over de 15-jarige Cora -slavin op een katoenplantage in Georgia- die haar lot in eigen hand neemt. Ze vlucht met hulp van ‘de ondergrondse spoorweg’, de aanduiding voor het geheime netwerk dat slaven van zuid naar noord loodste in de 19e eeuw. Whitehead vertaalt dit letterlijk tot een ondergrondse trein, en neemt je als lezer mee op deze levensgevaarlijke tocht. De roman is razend spannend en je wordt –net als Cora- opgejaagd door slavenjagers, geschokt door het buitenissige geweld en verbouwereerd door de algehele rassenscheiding en discriminatie. Ook schetst de auteur pijnlijke paralellen met de actualiteit. Blanken werden opgehitst en bang gemaakt voor (de wraak van) zwarten. Een zuidelijke senator waarschuwt: ‘In het donker, zei hij, lag het zwarte schoelje op de loer om de vrouwen en dochters van brave burgers te onteren.’

Met deze passage vers in het hoofd stapte ik aan wal en bezocht als eerste de voorstelling A seat at the table. Ik werd direct geconfronteerd met het feit dat slavernij dan wel tot het verleden behoort, maar dat alledaags racisme bepaald nog niet verdwenen is..

De initiatiefnemer van dit stuk -Samir Amini- houdt Nederland een spiegel voor. Amini en drie andere acteurs vertellen over het expliciete maar vooral ook sluipende racisme waarmee zij te maken krijgen. Over een zwemcoach die denkt dat alle zwarten zinken, over Jack Spijkerman die Humberto Tan beledigt door een grap te maken (“je bent niet alleen zwart, je bent nog dom ook”) en over Humberto Tan die hier als een aangepaste Bounty (zwart van buiten, wit van binnen)  sociaal wenselijk op reageert.

Ik, als blanke in een bijna helemaal wit publiek, voelde me aangesproken en soms ook wat ongemakkelijk. De voorstelling gaf op een prikkelende -maar ook heel geestige en ontroerende manier- stof tot nadenken en napraten. Samir eindige met een krachtig lied met de terugkerende zin: ‘Eerste stap is erkennen van het hebben van een probleem’

Volkskrant recensent Annette Embrechts reageerde:

Stap één is benoemen. Stap twee: serieus nemen. En stap drie: eerlijk antwoord geven op de vraag: do we really care?

 

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+Share on LinkedInEmail this to someone

Jeruzalem Al-Quds

Het vergt een stap in blind vertrouwen maar we nemen die stap graag, en verbeelden ons dat hummus de inwoners van Jeruzalem uiteindelijk bij elkaar zal brengen, als al het andere heeft gefaald.

Dit schrijven Sami Tamimi, een Palestijn die in het oostelijke –islamitische- deel van Jeruzalem (Al-Quds) opgegroeid is en Yotam Ottolengi die zijn jeugd in het joodse westelijk deel van de stad doorbracht. Samen schreven ze een kookboek. Marien kreeg het prachtige boek voor z’n verjaardag. De gerechten, de foto’s’ en de verhalen; ze doen zelfs mij terugverlangen naar Jeruzalem dat ik twee keer bezocht, en waar Marien negen maanden woonde.

Ook las ik deze week de roman ‘Grensleven’ van de Israëlische Dorit Rabinyan. Het is het liefdesverhaal van de Palestijnse Hilmi en de joodse Liat. Ze ontmoeten elkaar in New York en beleven een hartstochtelijke Amerikaanse winter. Net als de schrijvers van het kookboek zijn ze opgegroeid met dezelfde kleuren, geuren en smaken van het Midden-Oosten en delen ze de heimwee naar hun thuisland. Toch dringt zelfs in hun romantische cocon de politieke werkelijkheid binnen en kunnen ze discussies hierover niet vermijden.

Ik vond het een prachtig gevoelig boek met meesterlijke karakters. Heel subtiel en realistisch legt Rabinyan de situatie in het Midden Oosten bloot en hoe dit menselijke relaties bepaalt. In Israël werd dit boek verboden op middelbare scholen omdat het relaties tussen Joden en Palestijnen zou bevorderen.

Als protest op het verbod van dit boek maakte het tijdschrift Time Out een video met zoenende Israelisch-Arabische koppels.

Israël is een fascinerend, ingewikkeld land waar fanatiek gestreden wordt om een stukje land, of het beschermen van de eigen religie, cultuur en manier van leven. Die passie heeft naast de destructieve kant, ook de positieve kant dat die energie te proeven is in al die heerlijke gerechten, aldus Ottolenghi.


Aan die gerechten heb ik mij vanavond gelaafd. Het was verrukkelijk en in goed gezelschap. Ik hoop van harte met de auteurs dat gezamenlijk koken en eten kan bijdragen aan de verbroedering en vreedzaam samenleven aldaar.  Lechaim!

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+Share on LinkedInEmail this to someone

De domineeszoon van Rhoon

Ik heb genoten van de roman Mijn kleine Waanzin van Jan Brokken. Hij beschrijft daarin  zijn Hollandse jeugd en puberteit in de jaren ’50 en ’60. Zijn vader was theoloog en islam-deskundige en het gezin woonde voor de oorlog in Nederlands Indië. Tijdens de oorlog kwamen zijn ouders en zijn twee broers in een jappenkamp terecht. Jan werd in 1949 geboren, terug in Nederland. Zijn vader werd hervormd predikant in Rhoon. Jan was als enige van het gezin ‘van na de oorlog en na de tropen’ en voelde zich een buitenbeentje. Ook in het dorp voelde hij zich zonderling als zoon van de dominee. Ondanks zijn afkeer van de kleinburgerlijkheid van het dorp en de onverdraagzaamheid van gelovigen in het algemeen, voelt hij zich nog altijd verbonden met het dorp. Zijn opvoeding in de pastorie was volledig gericht was op Het Woord en ook dat heeft hem sterk gevormd. In een uitzending van Schepper in Co zegt hij hierover:

“Ik heb veel gereisd, ik heb daar veel over geschreven, maar ik heb me altijd gerealiseerd; ik ben een Nederlander. Ik kom van de Zuid-Hollandse eilanden. Ik ben de domineeszoon van Rhoon. Ik kijk naar de wereld met de blik die ik hier heb ontwikkeld”.

mijn eigen jeugd in Driebruggen, 1986

De roman gaat ook over de hechte maar moeizame relatie met zijn vader. Door de afschuwelijke jaren in het kamp ontwikkelde zijn vader een kampsyndroom. Hij verdoofde zichzelf met drank en pillen. Het bracht zijn positie als predikant in gevaar. Hoewel Jan tijdens zijn puberteit heftige aanvaringen had met zijn vader en een pad koos die zijn vader niet voor ogen had (journalistiek) schrijft hij vol liefde en mededogen over hem. In de uitzending van Schepper & Co (overigens een aanrader om terug te kijken: https://www.npo.nl/schepper-co-aan-tafel/05-08-2013/NCRV_1618366) geeft hij aan dat echt weg moest uit het dorp, maar tegelijk ontroert het hem als hij uitkijkt over de weilanden van de Zuid Hollandse eilanden. Rutger Kopland schreef een mooi gedicht over het verlaten van je dorp, het verlaten van je jeugd:

 

Verlaat het dorp in de vroege morgen,

het laatste bewoonde huis ziet uit

over een kloof, verlaat ook deze plek,

ga langs het pad naar beneden

tot waar het eindigt

 

Volg dan een spoor van schapen en geiten

langs de kale helling, de diepte in,

er zal daar een rivier zijn,

een verlaten stal, een verbrokkelde brug,

waad naar de overkant.

 

Zoek tussen de stenen het spoor omhoog

en volg dit, het zal steil zijn en zwaar,

maar boven is schaduw,

in de verte zal men het dorp zien

dat men verliet.

 

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+Share on LinkedInEmail this to someone

Gilead

Ik las Gilead van de Amerikaanse auteur Marilynne Robinson, een van de favoriete schrijvers van Barack Obama. Eerder schreef Robinson over hetzelfde dorpje en dezelfde mensen de romans ‘Lila’ (ook gelezen en eerder beschreven op mijn blog) en ‘Home’. In Gilead krijgt de oude dominee John Ames het woord. In een interview zegt Obama ‘dat hij als een blok viel voor dit personage’.

Het boek vergt wel wat concentratie; iedere zin doet ertoe, en het staat bol van theologische en filosofische reflecties. John Ames is 78 en heeft gehoord dat hij niet lang meer te leven heeft. Hij schrijft een brief aan zijn zoontje van 7 jaar. Een brief over zijn familie, zijn geloof, zijn leven en liefde. Ontroerend vind ik als hij schrijft hoe hij het leven gaat missen:

‘Ik zag een zeepbel voorbij mijn raam vliegen, bol en wiebelig, die overging in dat libellenblauw dat ze krijgen vlak voordat ze uiteen spatten. Dus ik keek naar beneden in de tuin en daar was jij, jij en je moeder, je blies bellen naar de poes, zo’n spervuur dat het arme beest helemaal opgewonden raakte van al die kansen (..) O dit leven, deze wereld”

John Ames is eigenlijk een wonderlijk personage voor een roman. Een man die nooit vertrok uit zijn geboorteplaats Gilead op het platteland van Iowa. Een man die net als zijn vader en grootvader predikant is geworden. Een gelovig man. Met de kennis van een leven achter zich schrijft hij over de dingen die er werkelijk toe doen. Zijn spirituele ervaringen middenin het alledaagse. Misschien juist daardoor raakt John Ames een snaar bij zovelen. In 2005 won Gilead de prestigieuze Pulitzer Prijs. Niet groots en meeslepend leven maar integer en met een constante verwondering over het bestaan. Het deed me denken aan dit gedicht van Marjoleine de Vos:

foto: Heidi Uittenbroek; mijn tante. Op haar blog heidispinsels.blogspot.com toont ze de schoonheid van het alledaagse

Ruimtevrees

Achter eilanden, daar weer achter

dijken, zee en Zweden. Waar zou je heen?

De blik verliest je met zichzelf in ruimte

waar aankomst ver en ver te zoeken is.

Niet voor de woerd die plotseling en onbedaarlijk

groen het zonlicht en je oog in zwemt.

Kijk bij je voet, maant hij, waar speenkruid

bloeit, de lucht weerspiegeld blauw is in het diep.

Voel warmte op je neus, zie ‘t vroege blad

van vlier. Je keek te ver. Wat je zoekt is hier.

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+Share on LinkedInEmail this to someone

Het verboden pad

In 2002 startte ik aan mijn eerste betaalde baan in een observatiehuis voor jongeren met gedragsproblemen in Den Haag. Ik weet nog dat ik verrast was aangenomen te zijn na een gesprek; ik was 24 jaar, had geen enkele ervaring met pubers en ik zag er eerlijk gezegd erg bleu uit met mijn staartje, ribbroek en Doc Martens.. (oordeel zelf)

Aan de Frankenslag in ’t Haagse Statenkwartier woonden zeven jongeren die ik mocht gaan begeleiden. Ik kan mij een aantal van hen nog voor de geest halen. Melissa,
een dochter van een heroïne junk; een schoffie met een grote bek en sluik haar. Amber, een pittige jongedame van 13 met een blonde knot die haar moeder op de bank had gevonden na een mislukte suïcide poging. En Sharmila, een tenger hindoestaans meisje dat nogal theatraal was en met wie ik mee moest naar een inenting.

Ik heb het werk twee maanden volgehouden. Toen was het mij volkomen duidelijk dat ik niet geschikt was voor deze job. Ik was geïntimideerd door de jongeren met hun woede-uitbarstingen en provocatieve gedrag. Ik kon niet wennen aan de nachtelijke telefoontjes met de politie om een bewoner op de telex te zetten als er weer eens eentje was weggelopen. Ik werd gedeprimeerd door de duimdikke dossiers van de kinderen die zo’n schril contrast vormden met mijn eigen veilige, fijne jeugd.

Al deze herinneringen kwamen boven toen ik afgelopen week ‘Het verboden pad’ van Kees van Beynum las. Dit verhaal speelt zich af in een fasehuis in Amsterdam (ook in 2002!) waar de 26-jarige Philip zich idealistisch in zijn stage stort. Hij gaat zelfs mee op vakantie naar Bretagne met de groep en twee collega-begeleiders. Daar slaat het noodlot toe als een van de pupillen verongelukt.

Hoewel het verhaal boeiend is merkte ik dat ik tegenzin had om verder te lezen. Het boek bracht mij terug in de sfeer, de rauwheid van de Frankenslag. Ik had de neiging het boek snel naast me neer te leggen zoals ik destijds opgelucht mijn ontslagbrief inleverde en ik mijn eigen lichte leven weer in kon stappen..

Toch las ik door. De karakterbeschrijvingen van de jongeren uit de roman kunnen 1-op-1 op ‘mijn Melissa, Amber en Sharmila’ geplakt worden. Hoe zou het met ze zijn (15 jaar na dato)? Zouden zij de keten van geweld, verwaarlozing, armoede en verslaving hebben kunnen doorbreken? Ik las het boek uit – omdat het spannend is- maar ook uit respect voor alle jongeren die geen ontslag kunnen nemen van hun eigen leven. En voor al die jeugdhulpverleners die er het beste van proberen te maken.

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on Google+Share on LinkedInEmail this to someone