Levensboek

Ieder jaar wordt door de SVMH (de voormalig ANBO) de Goudse Zomerschool georganiseerd door een aantal enthousiaste dames.  Ik mocht de aftrap doen met een presentatie over zingeving. De Hongaarse schrijver Konrad zei: Vraag de mens naar de zin van zijn leven en hij vertelt je zijn levensverhaal.

Aan het eind van de ochtend kwam een van de toehoorders, Aty Veldhuizen, naar me toe en vertelde me dat ze een boekje had gemaakt over haar leven, en dan met name over haar kindertijd. Ze is in 1940 geboren; een kleuter in oorlogstijd. Ik heb haar boekje in 1 ruk uitgelezen. Het is getiteld: ‘Dat vliegtuig, dat is oorlog’ omdat het geronk van vliegtuigen haar nog steeds bang kan maken. Het is fijn geschreven, prachtig vormgeven en bevat veel foto’s uit het familiearchief. Haar vader was een bevlogen amateur fotograaf.

Toen ik trouwde heeft mijn moeder het ‘Mam, vertel’s’ boek voor me gemaakt. De auteur Elma van Vliet schreef dit boek toen haar moeder ernstig ziek werd, en inmiddels hebben duizenden moeders het voor hun kinderen ingevuld. Ik vind het nog altijd een waardevolle schat vol verhalen en herinneringen aan haar eigen jeugd en leven, maar ook aan mij als kind. En het boek nodigt ertoe uit dingen op te schrijven die je in real life niet zo makkelijk tegen elkaar zegt.

Beide boeken zijn voor mij weer een impuls om het levensboeken-project in het verpleeghuis nieuw leven in te blazen. Familieleden of vrijwilligers die het levensverhaal van een bewoner optekenen door in gesprek te gaan. Want het is zoals Aty achterop haar boekje schrijft:

In ieder mens schuilt een verhaal

dat het waard is om verteld te worden

Nora en Netflix

We hebben voor het eerst een proefabonnement op Netflix. ‘Binge-watching’ schijnt een risico te zijn. En jawel; Marien en ik hebben drie avonden alle afleveringen van de Scandinavische serie Grenseland gekeken. Knap hoe je binnen no-time in een verhaal over familiebanden en drugshandel wordt gezogen, en na het kijken van 8 afleveringen vol adrenaline maar zonder de clou te snappen (in mijn geval) achterblijft..

Wellicht om mijn lezende zelf trouw te blijven las ik deze week de roman Nora van de Ierse auteur Colm Toibin. Een groter contrast is bijna niet mogelijk; waar Grenseland een wirwar van verhaallijnen en plotwendingen is -maar geen diepgang in de personages- draait het in Nora alleen maar om de karakters en gebeurt er helemaal niks spannends.

Nora is een vrouw van in de 40 die met 4 kinderen achterblijft na het overlijden van haar man. Het speelt zich af eind jaren ’60 in een klein stadje in Ierland tegen de achtergrond van de oplaaiende conflicten in Noord Ierland. Ze moet weer gaan werken, zich zien te verhouden tot haar rouwende en puberende kinderen en tot de goed bedoelde adviezen van haar omgeving. Langzaam maar zeker (her-)vindt ze zichzelf, gaat ze erop uit, en ontdekt ze muziek en zang.

Nora is geen makkelijke vrouw; enerzijds is ze introvert en bot, anderzijds kent ze een impulsieve en eigenzinnige kant. Ik kan niet zeggen dat ik haar aardig vindt en het verhaal is eigenlijk best saai, maar toch heb ik het met plezier uitgelezen. Het gaat over echte mensen met hun twijfels, gedachten en ergernissen. Het gaat over het echte leven. Hans Bouman schrijft in de Volkskrant: Nora is een roman over een personage dat fascineert zonder per se sympathie te wekken. Dat kunnen alleen echt begaafde schrijvers.

Of Netflix een blijvertje is weet ik niet. Lezen blijf ik sowieso.

Joie de Vivre

Gisteren organiseerde ik samen met Kim een Zinzoekers- diner voor het inmiddels opgebouwde Zinzoekers-netwerk. Met 18 mensen fietsen we gisteren tussen drie verschillende huizen om te eten, te drinken en te praten. Rode draad was ‘joie de vivre’. Aan de hand van Franse chansons bespraken we levensthema’s a la Zinzoekers.

We starten bij Els en Johan met een heerlijke saffraansoep en het nummer Voyage Voyage op de speakers. We vertelden elkaar waarvoor we thuisbleven, en waarvoor we juist op reis gingen.

Bij ons thuis aten we ratatouille en confit-de-canard en luisterden we naar Une belle histoire. Welk verhaal inspireert je? Welk verhaal wil je delen?

Tenslotte streken we neer in de heerlijke tuin van Maaike en Gerben waar tarte-tatin, fruit en koffie klaar stond en waar we spraken over ‘spijt’  met natuurlijk het onvergetelijke Non, je ne regrette rien. Edith Piaf zong dit nummer in 1960. Ze droeg dit nummer op aan het Frans Vreemdelingenlegioen dat destijds vocht in Algerije.

Het was een avond waar je de zin niet hoefde te zoeken; de joie de vivre lag voor het oprapen.

Nee, van helemaal niets

nee, van niets heb ik spijt

Niet van het goede dat me is gegeven

noch van het slechte, het is me allemaal eender

Nee, van helemaal niets

nee, van niets heb ik spijt

Alles is afgedaan, uitgewist, vergeten

Ik heb maling aan het verleden

Met mijn herinneringen

heb ik de kachel aangemaakt

Mijn verdriet, mijn geneugten

ik heb ze niet meer nodig

Uitgewist de liefdes

en hun roerselen

voorgoed uitgewist

Ik begin weer helemaal opnieuw

Nee, van helemaal niets

nee, van niets heb ik spijt

Niet van het goede dat me is gegeven

noch van het slechte, het is me allemaal eender

Nee, van helemaal niets

nee, van niets heb ik spijt

want mijn leven, mijn vreugdes

het begint vandaag, met jou

Spelen en andere zaken van ultiem belang

Toen ik mij anderhalf jaar geleden aanmeldde bij de beroepsvereniging van geestelijk verzorgers, kreeg ik te horen dat mijn vooropleiding geen toegang verschafte tot de club. Theoretisch zat het wel snor maar ik had geen opleiding in het voeren van het levensbeschouwelijk gesprek. Ik moest weer in de collegebanken. Hoewel ik altijd dol op studeren ben geweest, was ik licht ontstemd. Mijn zelfgekozen woord voor 2019 is ‘spelen’, en niet studeren, dacht ik nukkig. 

Na anderhalf jaar praten, mailen en bellen met de VU, het beroepsregister en mijn werkgever is afgelopen week mijn zelf opgestelde studieplan goedgekeurd. Vanaf september ga ik een supervisietraject volgen, schuif ik aan bij het vak Rituele Expressie op de Radboud Universiteit en bij ‘Dialoog-gesprekken Kwetsbaar Leven’ op het Remonstrants Seminarie.

Christa Anbeek, bijzonder hoogleraar van de Remonstranten schreef het boek ‘Voor Joseph en zijn broer’. Het is verkozen tot beste spirituele boek van 2019. Het boek beschrijft Anbeeks persoonlijke zoektocht om van overleven naar levenslust te komen. Haar leven heeft veel contrastervaringen -zoals ze het zelf noemt- gekend: ontregelende ervaringen. Ze verloor al jong haar ouders; haar vader en broer door suïcide. Ze koos kort daarna vrij impulsief voor een kind; weg van de dood.  Maar de dood bleef op haar pad komen. Haar partner stierf op een wandeltocht in de bergen, Wim Brands en Joost Zwagerman –beiden ook kinderen van ouders die zichzelf van het leven beroofden – pleegden kort na elkaar zelfmoord. Ze krijgt een burn-out, en.. een kleinkind. Ook dat was een contrastervaring. Het kind opende nieuwe inzichten, nieuwe ervaringen. De ondertitel van haar boek is dan ook Van overleven naar spelen, en andere zaken van ultiem belang.

Spelen is het begin van verandering, schrijft ze. Door te spelen en te fantaseren creëer je een nieuwe werkelijkheid naast de bestaande. Een betere wereld, een eerlijker of rechtvaardiger plek. Dat is ook wat religie doet; die schept vergezichten. En spelen, dat doen kinderen voortdurend en obsessief. Door naar hen te kijken, kunnen we weer geïnspireerd raken om de verandering in de wereld te zijn die we willen zien. En onze kwetsbare momenten met elkaar te delen en te ontdekken wat van waarde bleek.

En zo komt het toch nog goed met mijn woord voor 2019. De nukkigheid heeft plaatsgemaakt voor ongeduld om aan mijn studieprogramma te beginnen. We gaan spelen en andere zaken van ultiem belang verder ontwikkelen!

Op Pad met Pet

Dit weekend bezocht ik in het gezelschap van mijn lievelingsneef Hans de stad Haarlem. Nu hij in Franeker woont en ik in Gouda, hadden we een uitstekend midden gevonden in deze fraaie stad. Heerlijk bijgepraat, cappuccino’s gedronken op zonnige terrassen, gelogeerd in een oude tandartspraktijk, en opnieuw geconstateerd dat we in velerlei opzichten op elkaar lijken (niet alleen in het ontbreken van ons richtinggevoel..)

Zaterdag gingen we naar het oudste museum van Nederland: het Teylers museum. Het wordt wel een ‘tempel van de Verlichting’ genoemd. Het is ook de plek waar natuurkundige en Nobelprijswinnaar Hendrik Lorentz zijn werkplek had. Zijn werkkamer is in oude glorie hersteld en middels een theatrale rondleiding (de Lorentz-formule) te bezichtigen. Acteurs namen ons mee naar het jaar 1909 toen Hendrik Lorentz directeur werd van het Teylers laboratorium. Boeiend en geestig werd over zijn werk en leven verteld; hij deed onderzoek naar elektriciteit en was een diplomatieke man die vele wetenschappers naar Haarlem trok. Zo bezocht Albert Einstein hem meermaals en maakte hij berekeningen voor het droogleggen van de Zuiderzee en het bouwen van de Afsluitdijk.

Hoewel ik geen hout begrijp van natuurkunde en al helemaal niet van de relativiteitstheorie, is het de acteurs gelukt Hendrik Lorentz voor mij tot leven te wekken, iets van zijn ontdekkingen te begrijpen maar bovenal de verwondering van de wetenschap weer te ervaren.

Ik moest denken aan de voorstellingen van Collectief Walden die filosofie en biologie schitterend theatraal verbeelden op Oerol (waar we dit jaar wederom niet waren..)

En zo kreeg ik toch nog een beetje dat Oerol-gevoel, met een polsbandje om mijn arm, uitzicht over het Spaarne en het gezelschap van een licht verbrande neef met (of hier zonder) pet..