Pastorale

Ik las de veelgeprezen roman Pastorale van Stefan Enter. Het boek speelt zich af tijdens de zomer van 1985 in Brevendal (Barneveld). Louise is 20 en komt in de vakantie naar haar ouderlijk huis en Oscar van 17 kijkt reikhalzend uit naar het moment dat ook hij op kamers kan gaan. Zij zitten beiden in een fase van loskomen van het dorp, ouders en het gereformeerde geloof. Ook wordt verteld hoe de Molukse gemeenschap uit Brevendal nauwelijks contact heeft met de dorpelingen. Als Oscar op bezoek gaat bij een Molukse klasgenoot, houdt de vader des huizes een vurig betoog over hoe de Nederlandse overheid en samenleving de Molukkers hebben behandeld.

Wrok is de onderliggende emotie uit het boek, zo zegt de auteur in een interview met het Nederlands Dagblad: In deze roman is voor deze nuances over religie geen plaats; het boek drijft op twee woedes, die van Matupessy en die van Louise. Die wrok, daar gaat het over. Want wrok is niets anders dan jezelf elke dag een beetje gif toedienen en hopen dat iemand anders er ziek van wordt. Je moet er iets mee. Want het vreet je op.’

Die wrok maakt het boek naar mijn mening wat somber en bitter. De natuurbeschrijvingen zijn mooi en het verhaal is boeiend-hoewel nooit echt spannend-maar toch ontroerde of raakte het me nergens. Ik begrijp de woede, maar ik voel het niet.

De titel van het boek is ironisch bedoeld. Pastorale verwijst naar een muziekstuk die aan de ontspannen sfeer van het gemoedelijke landleven moet herinneren. Het is allemaal een dun vernislaagje lijkt Enter ermee te willen zeggen. Tijdens het lezen herinnerde ik mij dat ik bij zijn vorige boek Grip een soortgelijke ervaring had. Daar ging het over de illusie van vriendschap. Ook daar vond ik het allemaal wat zwaar op de hand.

Ik hou van melancholie en een boek hoeft niet vrolijk of licht te zijn, maar de emotie van wrok en de schrijfstijl van Enter raakt geen snaar bij me. 

Onbevangen

Zoals ieder jaar heb ik ook dit jaar weer een woord gekozen waar ik me in 2020 op wil richten. Ik koos voor ‘onbevangenheid’. Ik kan soms kritisch zijn of snel verveeld, en heb stiekem toch best vaak oordelen klaar die me belemmeren om onbevangen naar situaties of mensen te kijken. Vorige week associeerde ik vrolijk los op ‘mijn’ woord om vervolgens een 3-object te maken, onder de bezielende leiding van mijn creatieve vriendinnen. Onbevangen is vrijmoedig, naïef, spontaan, ongeremd, en ..onbevooroordeeld.

Vandaag bezocht ik de Human Library in onze eigen bibliotheek in Gouda. De Human Library is een beproefd concept van Deense oorsprong  dat mensen met elkaar in contact brengt. Je leent voor een halfuur geen boek maar een interessant mens om samen onbevangen in gesprek te gaan. Het boek dat ik “las” was een leuke kerel van mijn leeftijd die dragqueen is. Hij verkleedt zich als vrouw met grote pruik, lagen make-up en extravagante uitdossing en doet acts op feesten en gayprides. Het werd een leuk gesprek, waarin hij vertelde wat hij hem aantrekt in deze uit de hand gelopen hobby (zoals hij het zelf noemt), dat hij-tegen alle verwachtingen en vooroordelen in- hetero is, en dat hij als klein jongetje al het liefst jurken aantrok en hoge hakken.

Het extravagante en over-the-top staat ver van me af maar het was mooi om elkaar te ontmoeten en tijdens het gesprek overeenkomsten tussen ons te ontdekken. Hij heeft een verantwoordelijke baan en doet dit als uitlaatklep, zoals ik op maandagavond mijn theaterlessen heb naast mijn serieuze beroep.

‘De omgeving van de mens is de medemens’ zijn woorden van Jules Deelder die te lezen staan op de Rotterdamse Binnenweg. Mooi dat je middels dit concept die ander echt ontmoet en leert kennen. Met een onbevangen blik.

Messiah

Marien vindt het altijd bar ongezellig als ik avonden lang in een boek zit. Daarom hebben we ons geabonneerd op Netflix en kijken we af en toe een serie.

Afgelopen week waren we in de ban van Messiah. Een knappe serie met een spannend uitgangspunt: Wat als er een nieuwe Jezus opstaat? De serie start in Syrië als Damascus lange tijd wordt belegerd door ISIL. De inwoners zijn wanhopig totdat er een tengere charismatische man opduikt die vol overtuiging predikt dat Allah hun vijanden zal verslaan. Tijdens zijn preek steekt er een zandstorm op, en ISIL is genoodzaakt zich terug te trekken. Het is de eerste daad van al-Masih -zoals hij wordt genoemd: de Messias. Even later duikt hij op mysterieuze wijze op in Texas tijdens een tornado. Daar blijft alleen een baptisten-kerkje gespaard, en het predikantengezin –en duizenden volgelingen- scharen zich achter hem, ook als hij naar Washington trekt. Social media speelt een belangrijke rol bij de verspreiding van zijn boodschap; een boodschap die de verschillende godsdiensten overstijgt. Ondertussen probeert de CIA en de Israëlisch politie te achterhalen wie deze man is: Een charlatan met terroristische motieven? Een idealist die de samenleving wil ontwrichten? Een godsdienstwaanzinnige? Of is hij echt de Verlosser?

Toen Jezus 2020 jaar geleden op aarde verscheen traden dezelfde mechanismen in werking. Idealisten versus behoeders van de orde, wanhopige mensen die op een wonder hoopten, kritische stemmen die de bedrieger trachten te ontmaskeren.

Het radicale van deze hippe-filosoof met zijn maatschappijkritische boodschap is aansprekend en tegelijkertijd griezelig. Hij zegt in ieder geval wijzere dingen dan Donald Trump en consorten. Hij verrast vriend en vijand door niet op te roepen tot geweld maar tot ontwapening. Hij geeft de misfits uit de samenleving een stem en hij is niet onder de indruk van status en macht. Alle parallellen uit de Bijbel zijn aangewend, zullen we maar zeggen..

Netflix kennende zal er wel een vervolg komen. Wij gaan weer kijken, hoewel het mysterie eigenlijk de kracht is van het verhaal. En ook wat dat betreft: Whats new..?

Tussen zon en maan

Iedere vrijdagmiddag volg ik colleges bij hoogleraar Christa Anbeek van het Remonstrants Seminarie. Het vak heet: dialooggesprekken kwetsbaar leven. Middels filosofische en theologische theorieën wordt het begrip kwetsbaarheid ontrafeld. Maar ook spelen we in groepjes van 6 personen het dialoog-spel ‘Tussen zon en maan’ dat door Anbeek is ontwikkeld. Twee weken terug speelden we de eerste etappe van het spel: we deelden onze eigen contrastervaringen met elkaar.

Een contrastervaring is een moment waarop het vanzelfsprekende niet langer vanzelfsprekend blijkt te zijn; een moment waarin je ontdekt hoe kwetsbaar, vluchtig en vergankelijk het bestaan is. Deze ervaringen kunnen zowel mooi en overweldigend zijn -zoals de geboorte van een kind of een heftige verliefdheid- maar vaker zijn het verlieservaringen en/of momenten van diepe crisis. In de contrastervaring licht iets wezenlijks op, aldus Anbeek. Intuïtief word je aangesproken op datgene wat waardevol is, wat betekenis geeft aan je bestaan.

Ter voorbereiding op de tweede etappe fietste ik vandaag in de koude februariwind door de Reeuwijkse Plassen. De opdracht was naar een plek te gaan waar je je thuisvoelt, die betekenis voor je heeft. De route van Driebruggen naar Gouda en vice versa heb ik ontelbare keren gefietst. Zowel in goede als in beroerde dagen. Als ik zou emigreren zou ik het vertrouwde landschap van mijn jeugd waarschijnlijk het meeste missen. Ik nam het dagboek mee uit 2012, de tijd van ‘mijn contrastervaring’, en ik heb sinds jaren mijn zielenroerselen uit die tijd terug gelezen.

Het besef dat de natuur, en dat weggetje, er al lang waren voordat ik geboren was, en er ook nog zullen zijn wanneer ik dood ben. De mens is een voorbijganger, een klein radertje in het grote geheel waar we geen weet, en maar beperkt invloed op hebben. Als je ziet dat de vogels weer bezig zijn hun nesten te bouwen, de sigaren en rietpluimen zoals iedere winter groeien langs de waterkant, en de sneeuwklokjes onverstoorbaar opkomen in februari. Dan is de veerkracht van de natuur, en ook van mensen -zelfs na ingrijpende contrastervaringen- toch eigenlijk heel bijzonder.

Gezonden

Sinds zondag mag ik mijzelf ‘een gezonden geestelijk verzorger’ noemen. Dat klinkt misschien een beetje als een gevallen engel of een verdwaalde missionaris. De aanleiding was formeel; de beroepsvereniging van geestelijk verzorgers vraagt van zijn leden een zending vanuit een levensbeschouwelijk genootschap, en/of een bevestiging waar je levensbeschouwelijk verankerd bent. Als je niet tot een geloofsgemeenschap behoort, kun je ook een stuk schrijven waaruit blijkt waar je inspiratie voor je persoonlijk leven -en je werk- vandaan haalt, uit welke bronnen je put en in welke traditie je staat. Toen ik over deze vragen ging nadenken kwam ik uit bij mijn eigen geloofsgemeenschap; de federatie van Remonstranten, Doopsgezinden, en Vrijzinnig Protestanten. Het was goed om mijn keuze voor deze zending toe te lichten voorin de kerk, fijn dat er een aantal collega’s en familie in de dienst waren, en bijzonder om tenslotte de zegen te krijgen van Kim. Het deed me meer dan ik had gedacht. De kracht van het ritueel.

Tien jaar geleden hebben wij bewust gekozen voor de federatie waar een ondogmatische manier van geloven centraal staat, een kritische omgang met Bijbelteksten en de traditie, en waar royaal geput wordt uit culturele bronnen zoals literatuur, poëzie en muziek.

Morgen mag ik met weer delen uit die bronnen. Samen met vrijwilliger Peter organiseer ik eens per maand klassieke muziek en poëzie. Voor mijn verjaardag kreeg ik het geweldige boek ‘Ik wou dat ik een vogel was, een natuurgedicht voor elke dag’.

Tijdens muziek van de Vlaamse pianist Florejan, lezen we het gedicht ‘IJskoud de eerste’ van Jan Balkon (pseudoniem van Adriaan van Dis) een prachtig gedicht over de belofte dat het steeds weer lente wordt.

Over de zomer kan ik zingen


Ook de lente krijgt mijn lied


Maar ik kan me niet bedwingen


Bij de eerste sneeuwklokspriet.

Die eigenwijze witte donder


Die zich door de korstgrond spiest


Is voor mij een wilskrachtwonder


Want wie bloeit nou als het vriest?

En daarom, als de kou de grond kust


Laat ik mijn wanten in de kast


En kniel met blote handen

Voor mijn eerste voorjaarsgast