Van de schoonheid en de troost

Gisteravond organiseerden we weer voor het eerst sinds de crisis een zinzoekersavond met als thema ‘Van de schoonheid en de troost’. Geïnspireerd door het televisieprogramma dat journalist Wim Keyzer 20 jaar geleden voor de VPRO maakte waarin hij een aantal wetenschappers, kunstenaars en filosofen de volgende vraag voorlegde:

“Vertel me wat dit leven de moeite waard maakt. Waarin vinden we schoonheid, en is er over die schoonheid ook nog iets te beweren? Waarom lijken we zoveel meer te weten over onze frustraties? Waardoor worden we getroost?”

Het werd een mooie avond, startend in de tuin en eindigend aan de keukentafel met onweer en stromende regen. We spraken over de schoonheid van slakken, over bibliotheken, over leegte, en de troost van de onverschilligheid. We eindigden met dit gedicht van Wim Brands:

In de eerste nacht nadat ik had
gehoord dat je ziek was
schrok ik wakker.

Het waaide buiten. Het waait, zei
jij, die nog geen oog dicht had
gedaan, en je glimlachte.

Ik begreep het pas later.

Wat er ook is, het zal de natuur
een zorg zijn.

Het waait, het waaide – buiten klonk
de troost van de onverschilligheid.

Vanmorgen was het onweer voorbij, de lucht was geklaard. Siem ging de vissen in ons nieuwe watertje voeren. Hij werd verrast door een verbluffende drijvende schoonheid.

Oehoe

Tussen alle coronanieuws vond ik dit filmpje een verademing. Drie kuikens van de grootste uil van Europa, de Oehoe, zijn uit hun ei gekropen in een plantenbak op het balkon van de Limburgse Jos Baart.

Heerlijk om je te laven aan vrolijk nieuws, aan lichtheid en schoonheid. Behoefte aan inspiratie heb ik. Daarom reden Marien en ik woensdag naar de Achterhoek voor een eerste museumbezoek in weken. In museum More was een tentoonstelling van Jan Mankes, die 100 jaar geleden overleed.

De jonge schilder Jan Mankes had tuberculose en was veel aan huis gebonden. Daardoor schilderde hij vaak dingen dichtbij huis: een vaasje met judaspenning, zijn vrouw, een laantje met bomen, een geitje. Door zijn ogen krijgen al die ‘gewone’ dingen iets betoverends.

Charlotte Caspers (van het Geheim van de Meester) schrijft:

‘Het werk van Jan Mankes trekt steeds opnieuw mijn aandacht, direct of vanuit een ooghoek. Terwijl het juist zo ‘stil’ is. Zijn schilderijen lijken te zeggen: het hoeft niet. Je kunt doorlopen, maar als je even stopt en de tijd neemt te kijken, dan kan ik je iets moois laten zien’.

En mooi is het. In 1913 schilderde hij deze ‘Grote uil op scherm’. ‘Als een boodschapper uit de sprookjeswereld is dit dier‘ schreef Mankes in een brief aan zijn vriend. De betovering die Mankes heeft ervaren bij het observeren en schilderen van de uil is voelbaar als je naar het schilderij kijkt.

Ik denk dat Jos Baart het daar wel mee eens kan zijn.

Foto

Tweede Pinksterdag is al 20 jaar de familiedag van de ‘Uittenbroeken’. Meestal zijn we in Vorden, waar de jongste broer van mijn moeder woont. Onderstaande foto is in mijn beleving op die allereerste familiedag gemaakt, in 1999. Anderhalf jaar voordat mijn opa overleed. Hij zit hier als een pater familias tussen zijn schare, met mijn oma aan zijn rechterhand.

Gek hoe deze foto voor mij ‘de familiefoto’ blijft, terwijl er natuurlijk heel veel veranderd is. Opa, oma, ooms en tante zijn overleden. Partners en heel veel kinderen zijn erbij gekomen.

Morgen zal er voor het eerst in 20 jaar geen familiedag zijn, geen barbecue en gevlieger, geen spelletjes en ‘oma’s cake’. Wel zullen we zoomen, zoals we de laatste tijd vaak even op zondag doen. Oma zou de hele corona-crisis ‘een toestand’ hebben gevonden. En opa en oma zouden bovenal blij en trots zijn dat we -hoe dan ook- de traditie in ere houden.

Het nu houdt het verleden bij elkaar, en het verleden het nu. Mooie woorden uit onderstaand gedicht van Herman de Coninck

Foto

Weemoed is een foto van voor twintig jaar.
Familie, nog samen, nog gezond.
Is toen. Met een lijst van nu errond.
Het nu houdt het verleden bij elkaar.

En omgekeerd. Want nu is maar even.
Is opschrikken en vragen:
waar waren we gebleven?
Bij jou. In Die Dagen.

Alles is ver. En de liefste dingen nog verder.
Maar door het verleden wordt het bij elkaar
gehouden, als schapen door een herder.

Geen kathedraal

Vanmorgen stond ik om 9 uur op het station. Reizigers liepen sympathiek met een boog om me heen. Mijn fiets stond na al die weken trouw op me te wachten bij station noord. De receptioniste begroette me vrolijk bij binnenkomst. Ik lachte met mijn collega’s om de boterhammen die van tafel werden geblazen door de stormachtige wind tijdens de lunchpauze. En zojuist selecteerde ik mijn foto’s van de afgelopen weken en ik dacht ondanks alle corona-pijn en ellende:

Mariens ‘oog viel op dit liefdevolle tafereel in onze tuin

Geluk

Geluk is geen kathedraal,
misschien een klein kapelletje.
Geen kermis luid en kolossaal,
misschien een carrouselletje.

Geluk is geen zomer van smetteloos blauw,
maar nu en dan een zonnetje.
Geluk dat is geen zeppelin,
’t is hooguit ’n ballonnetje

Toon Hermans

Vivre!

De afgelopen weken ging ik met de auto naar mijn werk. Hoewel ik ‘t dagelijkse kwartiertje met de NS mis, kun je wel lekker radio luisteren onderweg. Op de heenweg laat ik me bijpraten door radio 1, maar op de terugweg gaat radio 2 aan. Op vrijdagmiddag met Ruud de Wild met Ruud-du-Soleil vol Franse chansons en ‘corona-vrij-nieuws’.

Een aantal jaren geleden hebben we op de vrijmarkt voor een habbekrats twee LP’s gekocht ‘Vive la France, de grootste Franse successen’. De platenhoezen zijn vergeeld en de plaat danst een beetje op de pick-up. Maar de Franse liedjes zijn zo fijn. Nu steeds aannemelijker wordt dat we deze zomer niet naar de Franse alpen zullen afreizen, liggen de de Franse successen vaak op de draaitafel ..

1 april hadden we kaarten voor Maarten Heijmans’ theaterconcert Ramses in Rotown. Door de coronacrisis ging dit uiteraard niet door. Acteur en muzikant Maarten Heijmans speelde Ramses in de gelijknamige dramaserie uit 2014, en hij heeft begin dit jaar een album opgenomen waar hij een eigen draai heeft gegeven aan bekende en minder bekende nummers van Shaffy. Prachtig hoe hij de iconische liedjes zo mooi en gedurfd heeft gerestyled.

Afgelopen week hoorde ik de bekende bewerking van ‘Laat me’ op de radio van Alderliefste, met de oude meester zelf en natuurlijk Liesbeth List die nog maar een paar maanden terug overleed.

Een ode aan twee grote artiesten, aan oude muziek en nieuwe vormen, aan de Franse en Nederlandse taal en bovenal aan het leven en de veerkracht. Vivre!