Stille genieter

Ik ben mijn stem kwijt. Dat heb ik weleens vaker als gevolg van een verkoudheid. Gisteren was met recht stille zaterdag voor mij, wat mij zeker niet belemmerde om te genieten van prachtig Tiengemeten, een natuurgebied vlakbij Rotterdam. Terwijl de kinderen speelden in de natuurspeeltuin, en ik weinig kon praten met man of vrienden, las ik de laatste bladzijden van Kolja van Arthur Japin.

Deze roman start met de dood van de grote componist Pjotr Iljitsj Tsjaikovski in 1893. Er zijn nogal wat raadsels rond zijn dood; de officiële lezing is dat hij stierf aan cholera na het drinken van besmet water maar er wordt gespeculeerd dat het zelfmoord was. Zijn homoseksualiteit zou daarin een rol spelen. Arthur Japin nam deze theorie als uitgangspunt voor zijn roman. Hoofdpersoon is Kolja Konradi, de dove jongen die door Modest, de broer van Tsjaikovski wordt opgevoed. Modest leert hem liplezen, spreken en van muziek genieten en ze reisden veelvuldig met Pjotr en een gouvernante door Europa. Kolja heeft direct na het overlijden van Pjotr argwaan over de doodsoorzaak en neemt je als lezer mee op zijn speurtocht naar de ware toedracht.

Een spannende historische roman over een componist waar ik eigenlijk nauwelijks iets van wist. Arthur Japin vond in Kolja zijn ideale hoofdpersoon omdat een beperking -zoals doofheid- met zich meebrengt dat andere zintuigen extra gevoelig zijn. Kolja als detective wendt zijn gebrek aan, om mensen om de tuin te leiden of letterlijk loslippig te worden.

Inmiddels merk ik dat mijn stem weer langzaam terug komt. Mijn handicap was gelukkig van tijdelijke aard. Voor iemand die zo graag praat als ik, is het lastig om nauwelijks aan gesprekken deel te nemen en vanmorgen had ik best graag mee gegalmd met het traditionele U zij de Glorie in de kerk. Anderzijds biedt het ook wel voordelen om even sprakeloos te zijn. Telefoon moet je laten gaan, Marien leest Siem voor het slapengaan, en tijdens de picknick hoor je de vogels luider omdat je zelf je snavel houdt.

En toen was ik toch ineens een stille genieter..


Geheugenpiek

Vorig weekend prachtige dagen gehad met Jolanda, m’n ‘dubbele nicht’ in Breda. Onze vaders zijn broers en onze moeders zussen; dus genetisch bijna zussen. In onze jeugd en puberteit een onafscheidelijk duo. We zijn beiden ons eigen weg gegaan en zien elkaar niet meer dagelijks of wekelijks. Mijn 40e verjaardag was een mooie gelegenheid om samen een nachtje samen weg te gaan.

Natuurlijk hebben ook veel herinneringen opgehaald. Opvallend hoe gedetailleerd we gebeurtenissen konden ophalen van ruim 25 jaar geleden. Zelfs de grappen die we toen maakten konden we ons woordelijk herinneren. En weer om lachen..

Uit onderzoek van hoogleraar psychologie Jaap Murre blijkt dat als mensen boven de veertig naar herinneringen over hun leven worden gevraagd, ze vooral vertellen over hun puberteit en vroege volwassenheid; de periode van ruwweg je 15e tot je 30e. Vrouwen herinneren zich het meest van hun 15e levensjaar, mannen van hun 18e. Deze levensperiode wordt gekenmerkt door veranderingen en nieuwe dingen zoals verliefdheden en identiteitsvorming. Misschien hebben de hormonen invloed op het vermogen tot onthouden. Maar onderzoekers hebben echter (nog) geen sluitende verklaring voor deze geheugenpiek.

Een van de gebeurtenissen die grote indruk op mij maakte op mijn 15e,, was mijn allereerste concert in Vredenburg van de Vlaamse band Clouseau. Als ik de muziek weer hoor ben ik terug in de jaren ‘90 en zing ik de liedjes van Koen Wouters woordelijk mee. Vorig jaar beleefden we in Paradiso een grote Deja-Vu bij het Jubileumconcert van de band. Natuurlijk samen met Jolanda. Mijn huwelijksgetuige, maar veel meer nog mijn levensgetuige. Heerlijk om samen onze geheugenpieken te vieren!

’t Lijkt niet lang geleden

Maar ’t is een ver verleden ..

Vrouwendag

Afgelopen vrijdag 8 maart was het Internationale Vrouwendag. Een van mijn eerste presentaties van Zinnige Praat was getiteld Geweldige Vrouwen; over feminisme en inspirerende pioniers. Ik geloof niet dat ik mezelf een feminist zou noemen. Ik mis de aanleg voor fanatisme en het ontbreekt mij aan moed om op de barricades te staan. Misschien ben ik daarom de feministen extra dankbaar. Er moeten heldinnen zijn om de weg te banen voor de rest.

Vanmorgen las ik in NRC een artikel van journalist Jose Rozenbroek ‘Vrouw, verjaag de schaamte’. Ze bekeek de film Gloria van de Chileense regisseur Sebastian Lelio over een vrouw van middelbare leeftijd die wat van haar leven en de liefde probeert te maken. Rozenbroek vindt de ‘bejaardenseks’ onverdraaglijk om naar te kijken en gaat in dit artikel op zoek naar de oorsprong van haar medelijden, weerzin en vooral plaatsvervangende schaamte. Ik heb de film ook gezien en ik moet bekennen: ik vond Gloria ook een beetje pathetisch. Een vrouw die zich gedraagt en kleedt als een jonge meid. Vergane Gloria.

De Amerikaanse politicologe Rebekah Tromble van de Universiteit Leiden kreeg een bak aan smerigheden over zich heen toen ze onderzoek deed naar discussies op Twitter. Vrouwen zijn geliefde doelwitten, omdat de bedreigingen die je tegen ze kunt uiten diverser en veel krachtiger zijn, zoals verkrachtings-bedreigingen. In een interview geeft ze aan: ‘Zóveel van de kritiek ging over mijn uiterlijk. Je wilt niet weten hoeveel manieren er zijn om te vertellen hoe onaantrekkelijk ik kennelijk ben.’ Vrouwen worden nog altijd veel vaker dan mannen beoordeeld en aangesproken op hun uiterlijk. En wij vrouwen beoordelen elkaar vaak ook op uiterlijk en seksuele mores, zo blijkt uit de reactie van zowel Rozenbroek als mijzelf op de film Gloria.

Rozenbroek eindigt haar essay met een oproep aan zichzelf en aan alle vrouwen:

reflections of the past door fotograaf Tom Hussey

De cultuur waarin we leven, waarin vrouwen nog altijd kritischer worden bekeken dan mannen, de gedachten en de blik van de ander – nee, helaas dat alles kun je niet een twee drie naar je eigen hand zetten. Maar schaamte zit toch vooral tussen je eigen oren. Bevrijd jezelf dus uit de strafhoek. Draai je stoel om. Kijk iedereen recht aan. (..) En stop met dat treuren en je generen voor iets waar je niks aan kan doen, wat onvermijdelijk bij het leven hoort en waar je juist blij om moet zijn. Want wie niet ouder wordt, is dood.

Alles is fragment

Vorige week vroeg ik Rien -de gepensioneerde geestelijk verzorger wiens baan ik heb overgenomen bij Laurens- of hij door het werk spiritueler is geworden. Hij moest er even over nadenken. Uiteindelijk kwamen we tot de conclusie dat je door dit werk je meer bewust wordt van de beperktheid van ons weten. We zijn beperkte wezens in ruimte en tijd. Wat daarbuiten is kunnen we niet kennen.

Juist deze week las ik Morgan, een liefde van auteur Bas Steman. Deze autobiografische roman start met een paniekaanval als de hoofdpersoon (een journalist) gaat parachutespringen met collega’s. Lichamelijke sensaties en herinneringen die hij niet kan plaatsen en die hem totaal van de kaart brengen. Hij blijkt op onverklaarbare wijze verbonden te zijn met Morgan, een 24-jarige Britse soldaat die tijdens een parachutesprong sneuvelt bij de slag om Arnhem. Vriendin Anne vertegenwoordigt in de roman de spirituele stem; zij gelooft dat zielen blijven bestaan en in een ander stoffelijk lichaam kunnen verder reizen. Vriend Thom is de tegenstem: de stem van de wetenschap, van de scepticus die de ervaringen vanuit de neuropsychologie verklaart. Naast deze hedendaagse verhaallijn, loopt het verhaal van Morgan en zijn verloofde Bytrys in 1940 in Engeland. Een liefde die over de dood heen blijft bestaan. De twee verhaallijnen kruisen elkaar als de ik-persoon naar Wales afreist en de zus van Morgan bezoekt.

Het duurde even voordat ik gegrepen werd door het verhaal (er zitten ook wat saaie stukken in) maar uiteindelijk boeide de zoektocht van Steman mij toch, zijn worsteling tussen gevoel en verstand, en misschien nog wel meer de vragen die hij oproept. Wie zijn we in de kern? Is onze ziel sterfelijk? Zou er een parallelle werkelijkheid bestaan waar we af en toe een fragment van kunnen ervaren? Ik geloof daar wel in en houd ook van dat idee. 

Op onze trouwkaart stond de laatste strofe van dit gedicht van Abel Herzberg uit zijn novelle Drie Rode Rozen:

Want alles is fragment

Al door het zeggen van het woord
Deelt men, scheidt men en schendt
Het al omvattende, dat men niet kent,
Dat ik aanwezig weet, of alleen maar vermoed, Dat ik niet uitspreken kan en toch uitspreken moet, Dat mij beheerst, dat mij te luisteren gebiedt,

En als ik zoek en luister, dan vind ik het niet. Een troost blijft:

Er is in ieder woord een woord,
Dat tot het onuitspreekbare behoort; Er is in ieder deel een deel
Van het ondeelbare geheel, Gelijk in elke kus, hoe kort,
Het hele leven meegegeven wordt.

Werk, bid en bewonder

Gisteren had ik een hele dag voor mezelf. Siem was bij opa en oma, Marien aan het werk en ik stapte op deze zonovergoten dag in de trein richting Dordrecht. Ik voelde enige schroom toen ik om half elf met een cappuccino op een terras zat. Het voelde een beetje als spijbelen. Was dat mijn calvinistische inslag of opvoeding? Ledigheid is des duivels oorkussen stond er vroeger op een koffiekopje bij mijn oma.

400 jaar geleden vond de Synode van Dordrecht plaats waar de remonstranten –de rekkelijken- het onderspit delfden tegen de contra-remonstranten, de preciezen, de calvinisten. Ter herdenking van die Synode is de tentoonstelling Bid, werk en bewonder, over het calvinisme en de kunst in het Dordrechts museum.

Mooi vond ik de videoportretten van onder meer Franca Treur over literatuur, Freek de Jonge over humor en Ernst Daniel Smid over muziek binnen het calvinisme. Zang is krachtiger dan spraak, aldus Calvijn en daarom mochten de 150 psalmen en enige lofzangen gezongen worden in de kerk zo werd in de Synode vastgesteld. Ernst Daniel vertelt dat Nederland Zingt wat hem betreft het dichtst bij calvinistische beleving in de buurt komt. Samen zingen als heilige, louterende ervaring.

Ik ga naar de kerk vanwege inspiratie en bezinning, maar ben de samenzang ook steeds meer gaan waarderen. Ik zing niet alle liederen vol overgave maar sommige zijn echt prachtig zoals Lied aan het Licht van Huub Oosterhuis.

En hoe mooi is het dat we 400 jaar later leven, en dat ik als -van origine- gereformeerd meisje in een remonstrantse dienst een lied van een voormalig priester kan zingen. 

Licht dat ons aanstoot in de morgen

voortijdig licht waarin wij staan.

Koud, één voor één en ongeborgen

licht overdek mij, vuur mij aan.

Dat ik niet uitval,

dat wij allen

zo zwaar en droevig als wij zijn

niet uit elkaars genade vallen

en doelloos en onvindbaar zijn.

https://www.youtube.com/watch?v=vCKT_Q_KQ-M