Groene eieren met ham

Bij dag en nacht, bij zon en regen kom je leuke dingen tegen. (Dr. Seuss)

Siem leert lezen. Het is een prachtige ontdekkingstocht. En verrekte handig in Sinterklaastijd. Dan kun je mooi je verlanglijst aan de goedheiligman zelf schrijven.

De tijd dat ikzelf ‘boom, roos, vis’ leerde lijkt eigenlijk nog maar zo kort geleden. Ik was vrijwel direct verslingerd aan lezen toen ik het eenmaal kon. Ik weet nog dat ik op woensdagmiddag met mijn moeder naar ‘de bibliobus’ mocht, naar de mevrouw die met een ferme klap de retour-datum in het boek stempelde. En dan met een tas vol boeken naar huis. Saskia en Jeroen, Mathilda, Kruistocht in Spijkerbroek.

Toen ik op mijn 12e een speelleerklas-theater volgde in de Garenspinnerij maakte ik kennis met poëzie. Er werd voorgelezen uit de bundel Als je goed om je heenkijkt, zie je dat alles gekleurd is. Dat heeft iets aangewakkerd, want ik ben dol op poëzie en maak er dagelijks gebruik van in mijn werk. Gedichten van Rutger Kopland en Toon Hermans, maar net zo goed kindergedichten van Annie MG Schmidt en Toon Tellegen.

Vorige week kreeg Siem zijn eerste dichtbundel van een leuke Zinzoeker. Het lijkt me een mooie gewoonte om hem een gezonde portie poëzie te voeren. Want gedichten gaan je hele leven mee.

Een van mijn allereerste lievelingsboeken was ‘Groene Eieren met Ham’ van Dr. Seuss. Ik kan de tekst nog woordelijk opzeggen. De vertaling van Kees Stip is ook wel pure poëzie..

Niet op een trein, niet in een wagen,

niet in een boom, houd op met vragen!

Ik wil niet eten in een kist,

Ik lust ze ook niet in een huis,

Ik wil niet eten met een vos,

Ik lust ze ook niet met een muis.

Ik eet ze hier niet en niet daar.

Eet jij dat groene eten maar.

Die groene eieren met ham,

Nee, bah, die lust ik niet hoor Sam.

De waterlelie

Ik heb de witte water-lelie lief,

daar die zoo blank is en zoo stil haar kroon

uitplooit in ‘t licht.

Rijzend uit donker-koelen vijvergrond,

heeft zij het licht gevonden en ontsloot

toen blij het gouden hart.

Nu rust zij peinzend op het watervlak

en wenscht niet meer . . . .

(Federik van Eeden, 1901)

Schilder Claude Monet is beroemd geworden door zijn waterlelies. Op zijn 42e verruilde hij het stadsleven voor het Franse gehucht Giverny. Hij had de nodige persoonlijke drama’s meegemaakt; het overlijden van zijn vrouw, de dood van zijn zoon en tot overmaat van ramp begon hij ‘grijze staar’ te ontwikkelen. Door een staaroperatie kwam zijn gezichtsvermogen weer een beetje terug, maar wel zag hij alles met een rode gloed. Hij sloot zich steeds meer af van de buitenwereld en stortte zich op het schilderen van zijn tuin en vijver.

‘Deze landschappen van water en weerspiegelingen zijn een obsessie geworden. Ze gaan de krachten van een oude man te boven, en toch wil ik er in slagen weer te geven wat ik zie. Ik vernietig ze … ik begin er opnieuw aan … en ik hoop dat uit zoveel pogingen iets zal voortkomen.’ (Monet- 1908)

Toen hij 74 was wilde hij zijn laatste grootste meesterwerk maken: een enorm panorama vol waterlelies. Het panorama paste niet in z’n geheel in het museum in Parijs, maar hij heeft zeer veel schilderijen en voorstudies gemaakt die nu bij elkaar zijn gebracht in het Kunstmuseum in Den Haag. Gisteren bezochten Marien en ik de tentoonstelling ‘de Tuinen van Monet’. Het was een feest van herkenning omdat wij in de zomer van 2016 Giverny bezochten, samen met Leen en Hanneke en –koddige kleine- Siem die door de dromerige tuin heen dartelde.

Monet wilde de schoonheid vastleggen en vasthouden. En ook ik was gisteren weer even terug in dat Franse paradijs.

Old and Wise

November is de maand van herdenken. Vrijdag –de dag voor Allerzielen- werden de bewoners uit Nijeveld herdacht, en morgen is de herdenkingsbijeenkomst in Liduina. Familie, medewerkers en bewoners zijn bij elkaar om de overledenen van het afgelopen jaar in herinnering te brengen. De namen worden genoemd, er worden rozen geplaatst en lichtjes aangestoken. En natuurlijk is er muziek

Gelukkig is er muziek.

Deze week zag ik radiomaker Frits Spits op tv die vertelde over zijn boek ‘Alles lijkt zoals het was’. Het bevat herinneringen aan zijn overleden vrouw Greetje aan de hand van liedjes die hem in het jaar na haar dood tot steun waren. Hij zegt: “Het heeft mij geholpen om me enigszins staande te houden in een tijd waarin alles leek zoals het was, maar niets was zoals het leek.” Muziek biedt troost en steun. En muziek roept herinneringen en emoties op.

Vorig jaar mocht ik een bijzondere vrouw begeleiden tijdens het laatste stukje van haar leven. Ik bezocht haar zes keer bij haar thuis in Hilversum. Het was net als nu herfst en de kleurende bomen pasten bij de gesprekken die we met elkaar voerden. We spraken over haar leven, haar naderende dood en alles daartussen.

Tijdens mijn laatste bezoek, eind november, kon ze niet meer praten. Ik las een gedicht voor, en op mijn Iphone luisterden we muziek. Als ik het nummer Old and Wise van het Alan Parsons project hoor, denk met genegenheid terug aan haar en dat laatste gesprek zonder woorden.

Luchten

‘Iedereen is als een huis met vier kamers, één lichamelijke, één mentale, één sociale en één spirituele. De meeste van ons zijn geneigd de meeste tijd in één kamer te leven, maar zolang we niet iedere dag tenminste één keer in iedere kamer zijn, al was het om deze te luchten, zijn we geen heel mens’

Deze Indiase wijsheid heb ik ooit eens ergens gelezen. En inderdaad, in het alledaagse leven is het soms best een uitdaging in al die kamers te komen. De afgelopen dagen kostte me dat echter het geen enkele moeite: ik was op het mooiste wadden-eiland van Nederland: Terschelling.

Op de gele tandem hebben we het eiland doorkruist, we hebben gewandeld op het strand en oesters gezocht op het wad. Marien heeft zich ‘s avonds te goed gedaan aan diezelfde oesters met een goed glas wijn. Ik hield het bij een uiensoep met cranberry-likeurtje..De lichamelijke kamer kwam niets te kort.

De sociale kamer was goed gevuld door met man en kind een spelletje te spelen, en door gezellig samen een goeie andijviestamppot te eten in het voorhuis met Jetske, Fred, Maud en Kees.

Mijn mentale kamer hoefde zich deze dagen voornamelijk bezig te houden met het lezen van een roman en de zaterdagkatern van de krant. En me te vergapen aan flessenpost en aangespoelde gymschoenen in de vitrines van het hilarische wrakkenmuseum.

En.. ook mijn spirituele kamer heb ik niet verwaarloosd. Zondagochtend fietste ik voor dag en dauw naar West-Terschelling om de kerkdienst van de Doopgezinde Gemeente bij te wonen. Een klein groepje mensen komt wekelijks bij elkaar voor de ‘vermaning’ (zo noemen ze de preek). Een prachtig kerkje waar ik hartelijk werd ontvangen. De predikant vertelde dat de eilanders niet zo kerks zijn. Ze trekken liever de natuur in dan dat ze in de kerkbanken zitten. Ze ervaren het religieuze of mystieke in de wolken, de zee en de wind. En tja. Toen ik terug fietste en het zonlicht door de wolken heen zag piepen; kon ik daar wel inkomen..

Jan Mulder dichtte na een bezoek aan de wadden:

Ik word klein

onder deze machtige koepel

met de mooiste luchten van Nederland.

Hier voel ik me nietig, klein en groots.

Dit is meer dan spreken.

Hier zou ik kunnen sterven,

de zee inrollen en opgaan

in deze onbegrijpelijke wereld.

Gute Nacht Freunde

Elke bloesem wil tot vrucht,

Elke morgen wil avond worden,

Niets eeuwigs bestaat op aarde

dan de verandering, het verwaaien.

Ook de mooiste zomer wil

Ooit eens herfst en verwelking ervaren.

Houd jij, blad, je geduldig stil,

Wanneer de wind je wil ontvoeren.

Speel je spel en verzet je niet,

Laat het stil gebeuren.

Laat door de wind, die je breekt,

je naar huis toe waaien. (Hermann Hesse)

Afgelopen zondag wandelden we met een groep Zinzoekers over de oude begraafplaats in Gouda. Vanaf 1829 mochten er geen begrafenissen meer in de bebouwde kom plaatsvinden –en dus niet meer in de Sint Jan. Daarom werd in1832 ‘de Algemeen Steedelijke begraafplaats’ in gebruik genomen aan de rand van de stad. In allerijl omdat er een cholera-epidemie heerste. De begraafplaats is sinds 1975 niet meer in gebruik.

Het is een melancholieke plek die vergankelijkheid ademt. De scheefgezakte grafmonumenten, het blauwe baarhuisje, een herfstblad dat op je schoen valt, de laan met bomen die uitzicht biedt op de aula.. En als je nog niet doordrongen was van de eindigheid van het aardse bestaan hoef je alleen maar een blik te werpen op de gevel van de aula: Memento Mori..

Het thema van deze Zinzoekers bijeenkomst was geïnspireerd op onze oosterburen. Duitsland is de bakermat van de Romantiek, van de diepzinnige geesten en heeft grote kunstenaars voortgebracht. Daarom lazen we op de oude begraafplaats poëzie van Rilke en Hesse en spraken we over alleen-zijn, de inkeer van de herfst en geheimen.

Maar Duitsers hebben ook een hele frivole en uitbundige kant. Het grootste bier-en volksfeest ter wereld komt immers uit München; het oktoberfest!

Nog na-mijmerend van de mooie gesprekken -en zonder lederhosen- vervolgden we onze weg naar de Lage Gouwe waar we in het gastvrije huis van FrankJan (met Duitse voorouders!) werden ontvangen met stevige kost en lichte muziek. Ein bißchen Frieden, Verdammt ich lieb zich en natuurlijk: Gute Nacht Freunde.

Was ich noch zu sagen hätte,

dauert eine Zigarette

und ein letztes Glas im Stehen.

Dit lied is al jaren tune van het radioprogramma Met het oog op Morgen dat iedere nacht wordt uitgezonden. De Top 2000 a gogo maakte een mini-docu