Op Pad met Pet

Dit weekend bezocht ik in het gezelschap van mijn lievelingsneef Hans de stad Haarlem. Nu hij in Franeker woont en ik in Gouda, hadden we een uitstekend midden gevonden in deze fraaie stad. Heerlijk bijgepraat, cappuccino’s gedronken op zonnige terrassen, gelogeerd in een oude tandartspraktijk, en opnieuw geconstateerd dat we in velerlei opzichten op elkaar lijken (niet alleen in het ontbreken van ons richtinggevoel..)

Zaterdag gingen we naar het oudste museum van Nederland: het Teylers museum. Het wordt wel een ‘tempel van de Verlichting’ genoemd. Het is ook de plek waar natuurkundige en Nobelprijswinnaar Hendrik Lorentz zijn werkplek had. Zijn werkkamer is in oude glorie hersteld en middels een theatrale rondleiding (de Lorentz-formule) te bezichtigen. Acteurs namen ons mee naar het jaar 1909 toen Hendrik Lorentz directeur werd van het Teylers laboratorium. Boeiend en geestig werd over zijn werk en leven verteld; hij deed onderzoek naar elektriciteit en was een diplomatieke man die vele wetenschappers naar Haarlem trok. Zo bezocht Albert Einstein hem meermaals en maakte hij berekeningen voor het droogleggen van de Zuiderzee en het bouwen van de Afsluitdijk.

Hoewel ik geen hout begrijp van natuurkunde en al helemaal niet van de relativiteitstheorie, is het de acteurs gelukt Hendrik Lorentz voor mij tot leven te wekken, iets van zijn ontdekkingen te begrijpen maar bovenal de verwondering van de wetenschap weer te ervaren.

Ik moest denken aan de voorstellingen van Collectief Walden die filosofie en biologie schitterend theatraal verbeelden op Oerol (waar we dit jaar wederom niet waren..)

En zo kreeg ik toch nog een beetje dat Oerol-gevoel, met een polsbandje om mijn arm, uitzicht over het Spaarne en het gezelschap van een licht verbrande neef met (of hier zonder) pet.. 

de glazen kamer

Inmiddels wonen we alweer bijna 10 maanden in ons huis. Het pand is gebouwd in 1935 als kantoor van houthandel Vingerling. Over de Karnemelksloot werden op platte schepen hout aangeleverd en het pand stond te midden van loodsen en zagerijen. Door het luikje in de gang/huiskamer kregen de arbeiders hun loonzakje aan het einde van de week. Dit huis heeft een oorlog overleefd, en vele seizoenen. Wij zijn niet de eerste bewoners en zullen ook niet de laatste zijn.

Deze week las ik een boek waarin een huis centraal staat: de Glazen Kamer van Simon Mawer. Het gaat over de welgestelde joodse autofabrikant Victor Landauer uit Tjecho-Slowakije die het verleden (de Eerste Wereldoorlog) achter zich wil laten en het geloof in de toekomst wil uitdrukken door de bouw van een modern huis. Architect Rainer von Abt -aanhanger van het functionalisme en de Stijl- ontwerpt een huis voor het Victor en zijn vrouw Liesel. Een gigantisch object van staal, glas en natuursteen; een toonbeeld van transparantie, optimisme en vooruitgang.

In 1930 betrekken zij het huis. Aan het einde van de jaren ’30 trekken de Duitsers Sudetenland binnen. En niet alleen de oorlog bedreigt hun geluk, er zijn ook interne huwelijkse spanningen die Mawer boeiend uit de doeken doet. Uiteindelijk vlucht het gezin naar Zwitserland. Het huis valt in handen van de nazi’s, en na de oorlog wordt het eigendom van de Tsjechische – communistische- staat. Steeds krijgt het huis andere bewoners en een andere bestemming.

Het fictieve verhaal van Mawer is geïnspireerd op een echt huis; namelijk Villa Tugendhat in Brno, ontworpen door Ludwig Mies van der Rohe. Ik zou het graag een keer bezoeken. Een huis herbergt verhalen. Het heeft een eigen geur, een geschiedenis. De tijd en haar bewoners laten sporen na. Neem het Achterhuis of paleis Soestdijk. Of ons eigen bijzondere huis aan de Johan den Haen.

Lente-uitje en roodborstjes

Als cadeau voor mijn 40e kreeg ik een lente-uitje cadeau naar Schiedam van twee lieve vriendinnen. Hoewel het weer niet steeds lenteachtig was, hebben we genoten van de mooie stad en mochten we –omdat we de sleutelbewaarder van de kerktoren goed bleken te kennen- de toren van de SintJanskerk beklimmen. Ik word altijd een beetje melancholisch als ik zo naar beneden kijk. Als ik de bedrijvigheid van een gewone woensdagochtend zie in de stad; drukke mensjes daar beneden met hun dakterrasjes en mini auto’s. Ik houd van dat overzicht, het zet aan tot mijmeringen en relativering.

Bij de laatste Zinzoekerskring stelden we ons de vraag met welk dier we onszelf zouden vergelijken. Ik koos voor een vogel, vanwege die eerder genoemde voorkeur om het van een afstandje te bekijken. Voorkeur voor overzicht en de grote lijnen.

Ik koos niet voor een exotisch vogel-exemplaar maar gewoon een roodborstje. Volgens internet zijn roodborstjes graag geziene gasten aan de voedertafels ze zijn nieuwsgierig, charmant, gewiekst en ze spreken tot de verbeelding. Ze houden hun gebied overzichtelijk en dichtbij huis. Ze zijn overdag graag alleen, maar s’ nachts zoeken ze soortgenoten op. Tenslotte mag niet onvermeld blijven dat ze een agressieve en felle kant hebben: ze verdedigen hun territorium op leven en dood..

Natuurlijk kom je daarna overal roodborstjes tegen. Er bleek een foto van een roodborstje op mijn werkkamer te hangen, ik zag roodborstjes in de tuin en ik vond een mooie ansichtkaart die ik op ons toilet heb gezet. Als aanmoediging zullen we maar zeggen om de roodborst in mezelf levend te houden; soms een hoge toren te beklimmen, nieuwsgierig te blijven en momenten van alleen-zijn in te bouwen.

Alleen dat agressieve..Daar moet ik misschien nog eens van een afstandje naar kijken?

Vergeet de meisjes

Terwijl Marien zich uitleeft in de tuin, lees ik mijn boeken -in diezelfde tuin-. Toevalligerwijs hebben de boeken/verhalen vrouwen in de hoofdrol. Ik heb al eens eerder de loftrompet gestoken over de verhalen van Alice Monroe. ‘Familiestukken’ is een bloemlezing van haar verhalen door recensent Marja Pruis en haar dochter Greta le Blansch. Ze selecteerden elf verhalen die draaien om vrouwen die op kruispunten in hun leven staan. Sommige verhalen had ik al eerder gelezen wat absoluut niet hindert. Op de achterflap staat: ‘Wat zijn we jaloers op degenen die de verhalen voor het eerst lezen’. En dat kan ik volledig beamen.

Ook las ik Vergeet de meisjes van Alma Mathijsen. Misschien door de klassiek-neutraal aandoende cover had ik een boek over mantelzorg en twee bejaarde vriendinnen West-Friesland verwacht . Maar ik werd volkomen verrast. Vergeet de meisjes is een roman met thrillerachtige elementen en fantastische personages. Het gaat over schrijfster Iris Kouwenaar die jaren geleden debuteerde met Antidote, een meesterwerk dat een cult-status bereikte. Inmiddels is Kouwenaar achterin de dertig en schrijft ze niet meer. Ze heeft zich teruggetrokken in haar geboorteplaats Voorhorst, samen met haar jeugdvriendin Kay. Iris lijdt aan een geheimzinnige ziekte en Kay verzorgt haar.

De ik-persoon is de Amerikaanse journalist Fields die met tegenzin naar Nederland reist om Kouwenaar te interviewen. Kay geeft hem geen toegang tot Iris, maar door een misverstand belandt hij in de inbouwkast in de slaapkamer van de dames. Hij wordt – tussen de zomerjurken en wollen jassen- observator, getuige en uiteindelijk medespeler in de wonderlijke en beklemmende wereld van de twee vriendinnen.

Het boek gaat over schrijverschap, gender maar bovenal over vriendschap. “Een vriendschapsrelatie is soms minstens zo intens en ingewikkeld als een liefdesrelatie” aldus Mathijsen. Alma Mathijsen is 35 en schrijft niet alleen verhalen en romans maar ook toneelstukken. Ook dit boek heeft elementen van een toneelstuk met klucht-achtige escapades, geweldige dialogen, spannende verhaal-wendingen en bovenal die briljante personages. Nee, deze meisjes ga je niet snel vergeten!

Pieter Post

Siem zit in zijn competitieve-superhelden-fase. Hij wil overal de beste, de snelste en de sterkste in zijn, draagt het liefst zijn Spiderman-pak, en als hij in bad zit speelt hij vechtpartijen na waarbij de bad-eenden worden getorpedeerd door ninja’s.

Ik vind het lastig dat testosteron-gedrag, hoewel het waarschijnlijk normaal is in de ontwikkeling van een 5-jarig jongetje.

Dit weekend heeft hij een dwergkonijntje gekregen. Een andere kant komt bij hem boven. Ik vind het een verademing om hem: ‘Dag Flappie, wat ben jij toch een mooi braaf meisje’ te horen pruttelen terwijl hij een blaadje sla voert.

Ook blijf ik hem steevast filmpjes van Pieter Post voorschotelen.

Voor wie het niet meer weet, Pieter Post is de vriendelijke postbode uit het fictieve dorpje Groenbeek die in zijn rode bestelwagen door het glooiende landschap rijdt en post bezorgt. Ondertussen helpt hij dorpsgenoten die in de problemen zijn geraakt. Hij doet dit met een ontwapenende vanzelfsprekendheid.

Misschien is het mijn eigen menselijke verlangen naar een paradijselijk Groenbeek waar iedereen aardig voor elkaar is, waar mensen tevreden zijn en waar problemen niet verder reiken dan een ontsnapte koe of een kapotte trein. Oké, het is een beetje saai misschien, en het zal niet lang meer duren tot Siem Pieter Post zal afschrijven om die reden. Dan moeten er echte mannen bekeken worden:  Batman enzo.

Groenbeek bestaat niet. En de toestand in de wereld komt er niet bepaald bij in de buurt.

Gewelddadige en competitieve mannen bekleden de belangrijkste functies in de wereld, er heerst een grote ontevredenheid, zelfs in de meest welvarende landen van de wereld. En we hebben ook nog eens te kampen met wereldwijde problemen die we nauwelijks kunnen overzien

Misschien wil ik Siem nog een beetje laten geloven in dat paradijselijke Groenbeek en weghouden van de werkelijkheid. Of hoop ik dat de boodschap van Pieter Post bij hem wortel schiet. Een soort Alle Menschen werden Bruder, maar dan in Pieter Post-taal.

Hoe dan ook. Ik kijk Pieter Post zolang het kan.

‘ Want Pieter is als vriend steeds bij de hand’