Natte ogen

vierde statie van Jan Toorop: Jezus ontmoet zijn moeder

Het katholicisme sijpelt op miraculeuze wijze mijn leven binnen. Mijn zoon gaat naar een katholieke school en door een speling van het lot ben ik als geestelijk verzorger verbonden aan twee katholieke verpleeghuizen. De afgelopen week waren er diverse vieringen in de kapel. Goede Vrijdag werd de kruisweg van Jan Toorop getoond met daarbij muziek uit de Mattheus Passie. Ontroerd was ik toen ik een bewoner met dementie, vol overgave de Mattheus mee-zag zingen en dirigeren.

Geroerd ben ik trouwens steeds vaker. Naarmate mijn leeftijd stijgt, stijgen de waterlanders ook. Dat wordt nog wat als ik tachtig mag worden. Ik moet denken aan mijn opa Uittenbroek. Ik heb waarschijnlijk niet alleen zijn blauwe ogen geërfd, maar ook zijn natte ogen. Zijn zakdoek was altijd in de buurt als wij -zijn kleinkinderen- een stukje opvoerden of als Blijf bij mij Heer in de kerk werd gezongen.

Was mijn opa katholiek geweest (dat was hij absoluut niet; hij was zo gereformeerd als wat) dan had hij vast niet droog gehouden bij alle mooie hymnes die de katholieke kerk rijk is, zoals het Ave Maria of het Ave Verum. Het Ave Verum corpus is een korte eucharistische hymne uit de 14e eeuw die door verschillende componisten op muziek is gezet. In de Middeleeuwen werd het gezongen tijdens de consecratie (het moment tijdens de eucharistie dat het brood en de wijn veranderen in het lichaam en bloed van Christus).

Ave verum corpus, natum

de Maria Virgine,

Vere passum, immolatum

In cruce pro homine

 

Gegroet waarachtig lichaam

geboren uit de Maagd Maria

dat werkelijk heeft geleden

en voor de mens geofferd is aan het kruis.

Prachtig vind ik de versie van Karl Jenkins die ik aangereikt kreeg van een vriend toen Siem nog een kleine slecht-slapende baby was. Deze muziek maakte hem rustig.

Karl Jenkins is een hedendaags jazzmuzikant en componist. Hij componeerde deze versie van het Ave Verum Corpus in 2005. Het is inmiddels Pasen geworden, en ik wil ik de link graag delen. Met een risico op natte ogen. Dat dan wel.

 

 

 

BewarenBewaren

BewarenBewaren

Was getekend

Vrijdagavond bezocht ik samen met mijn moeder de musical over het leven van Annie MG Schmidt. Het was heerlijk om de bekende liedjes te horen, te lachen om de geestige teksten (We doen samen met 1 vrijer, hij heet Nico, Nico Meijer!) en te genieten van het talent van de acteurs en muzikanten. De musical is gebaseerd op ‘een gesprek’ tussen zoon Flip en zijn moeder na haar overlijden waarin hij vragen aan haar stelt over haar leven. Niet alleen de grappige spitsvondige Annie MG wordt daarmee getoond, maar juist ook haar kwetsbare en zwakke kanten. Tragisch waren bijvoorbeeld de laatste jaren van het leven met haar grote liefde Dick van Duijn. Dick was de laatste drie jaar van zijn leven ernstig depressief. In de aflevering ‘Hoge Bomen’ uit 2003 vertelt Flip dat zijn vader Dick naar Frankrijk wilde verhuizen omdat hij geen mensen meer kon verdragen. Annie ging met hem mee maar had heimwee naar Nederland en haar vrienden. De depressie van Dick trok een zware wissel op hun beiden. Uiteindelijk helpt Annie hem als hij pillen inneemt om zijn leven te beëindigen. Na zijn overlijden keert ze terug naar Amsterdam en dompelt ze zich onder in in de roem en het succes. Maar haar creativiteit lijkt opgedroogd als Dick er niet meer is.

Simone Kleinsma vertolkt de rol van Annie MG Schmidt weergaloos en ontving hiervoor een musical-award. Zij verloor afgelopen jaar haar partner waardoor het toch al ontroerende nummer Leeg zonder jou een extra lading krijgt. Bij de uitreiking zegt ze:

“Ik ben enorm vereerd met het winnen van deze prijs. Dat na een bizar jaar waarin ik in een rollercoaster van diep verdriet en vreugde zat. De afgelopen maanden ben ik omringd door liefde die me de kracht gaf om door te gaan. Net als Annie M.G. heb ik moeten vechten tegen het verdriet, maar door haar heb ik ook geleerd dat je humor nodig hebt om door te gaan”

BewarenBewaren

BewarenBewaren

Adieu Swanenburghshofje!

Donderdag nam ik na vijfenhalf jaar afscheid van ’t Swanenburghshofje, SchuldHulpMaatje en alle externe collega’s uit het Goudse. Het was een hartverwarmend afscheid. Mijn werk bij ’t Swanenburghshofje was zeer afwisselend en ik heb alle vrijheid gekregen om de functie naar eigen inzicht in te vullen. Voor mij was het werken met vrijwilligers nieuw en ik ben onder de indruk geraakt hoe zij zich inzetten voor mensen die -vaak- in diepe problemen verkeren. Toen ik spreekuur bij de Voedselbank hield, kon een cliënt van Schuldhulpmaatje er maar niet uit dat iemand in zijn vrije tijd zich met zijn financiële shit wilde bezighouden. En toen een bewoner na een jaar een eigen woning kreeg schreef hij: “Dank voor jullie goede zorgen. Zonder jullie was ik nergens meer”

Het hofje biedt iets heel basaals: namelijk een dak boven je hoofd als je geen huis hebt. Een mogelijkheid om een jaar lang je leven op de rit te krijgen en integere gesprekspartners om je doen en laten te overdenken. Een life-event gaat niet zelden gepaard met financiële problemen. Daarom zijn er die deskundige en aardige schuldhulpmaatjes die daarin ondersteunen.

Het was voor mij voor het eerst dat ik in een christelijke organisatie werkte, en ik had aanvankelijk twijfels of ik –als vrijzinnige- wel in een dergelijke setting paste. Niets is minder waar. Ik heb de interkerkelijkheid als verrijkend ervaren. En wat bleek; in het hofje ging het niet over theologie maar over handen uit de mouwen. Het ging niet over bekeren maar inspireren. En iedere vergadering beginnen met bezinning ben ik gaan waarderen. Voordat je aan het werk gaat met elkaar delen waarom je doet wat je doet. Een stukje uit de krant, uit de Bijbel, een gedicht of een citaat. Dat zouden meer mensen moeten doen!

Onderstaand gedicht van Vaclav Havel heb ik regelmatig gelezen als opening en zegt iets over de bezieling die ik de afgelopen jaren heb mogen ervaren:

Diep in onszelf dragen wij hoop;

Als dat niet het geval is,

is er geen hoop.

 

Hoop is een kwaliteit van de ziel

en hangt niet af van wat er in de wereld gebeurt.

Hoop is niet

voorspellen of vooruitzien.

Het is een gerichtheid van de geest,

een gerichtheid van het hart,

verankerd voorbij de horizon.

Hoop in deze diepe en krachtige betekenis

is niet hetzelfde als vreugde omdat alles goed gaat,

of bereidheid je in te zetten voor wat succes heeft.

Hoop

is ergens voor werken

omdat het goed is,

niet omdat het kans van slagen heeft.

Hoop is niet hetzelfde als optimisme;
evenmin de overtuiging dat iets goed zal aflopen.


Het is de zekerheid
 dat iets zinvol is
 onafhankelijk van de afloop,
 onafhankelijk van het resultaat.

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

Die enorme eindeloze zee

Ik heb altijd iets religieus gehouden, ik heb er sowieso nooit verachting voor gevoeld. Ik zou wel willen dat ik ..iets van dat kinderlijke godsgeloof bewaard had. In mijn dromen heb ik het nog wel. In mijn dromen”.

Geert Mak in interview NRC, afgelopen weekend

Zondag, het was eerste Advent, heb ik meegewerkt aan een viering van het Oecumenisch Initiatief Gouda. Het thema was Dromen met je ogen open. In de voorbereidingsgroep vroegen we ons af of we dat zelf eigenlijk -nog- deden; dromen met je ogen open. Als kind kon ik intens verlangen naar het moment dat ik mijn nieuwe schoenen aan mocht (ik zette ze naast mijn bed), naar de eindmusical van groep acht (ik speelde Kleine Jopie) en naar de kerst (kerstnachtdienst en daarna saucijzenbroodjes eten uit de kleine gammele Melita-oven). Als kind kun je ervan dromen, en er heilig in geloven, dat alles alleen nog maar mooier wordt. Je wordt nog niet gehinderd wordt door realiteitszin, voortschrijdend inzicht of scepsis. En je had soms ook nog –zoals Geert Mak beschrijft- dat kinderlijke godsgeloof.

Op de voorkant van het liturgie boekje stond bovenstaande afbeelding van le Petit Prince van Antoine de Saint-Exupéry. Een van de citaten van de Kleine Prins is:

Als je een schip wil bouwen, roep dan geen mannen bij elkaar om hout te verzamelen, het werk te verdelen en orders te geven. In plaats daarvan, leer ze verlangen naar de enorme eindeloze zee.

Ik ben zo blij dat er schrijvers, zangers, kinderen, kunstenaars, profeten en gewone stervelingen zijn die het talent hebben op een andere wijze naar de werkelijkheid te kijken. Zij schetsen soms vergezichten waardoor je geprikkeld, ontroerd of geïnspireerd wordt. Of uitgedaagd wordt weer met open ogen te durven dromen.

 

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

De moeder van Sonja

Sonja op.. (maandag, dinsdag, woensdag enzovoort) was een praatprogramma op de televisie dat me nog goed kan herinneren. Sonja Barend als boegbeeld van de VARA met –in de jaren tachtig en negentig- grote schoudervullingen en een korte coupe. Ik vond haar altijd krachtig en stads.

Onlangs kwam haar biografie uit. Daarin vertelt ze over haar leven, haar carrière, de kanker die haar tot vier maal toe overkomt. Maar bovenal gaat het boek over haar familiegeschiedenis en de relatie met haar moeder. In 1942, Sonja is twee, wordt haar joodse vader David thuis opgehaald door twee keurige Nederlandse mannen. Haar (katholieke) moeder laat de mannen binnen en hij zegt ten afscheid tegen zijn vrouw: Je ziet mij nooit meer terug. Hij krijgt gelijk; hij sterft in Auschwitz. Haar moeder laat zich van hem scheiden en hertrouwt snel daarna. Sonja ontdekt pas later dat haar stiefvader, niet haar echte vader is. Als Sonja haar moeder vraagt naar haar vader krijgt ze als antwoord: ‘Ach kind, het is allemaal zo lang geleden’. Ze neemt haar geheimen mee het graf in.

Waarom zit ik opgescheept met al die raadsels? Waarom heb je het verleden met mijn vader vermalen in je hoofd als de bonen in je geliefde ouderwetse koffiemolen? Waarom heb je mij opgezadeld met dat ‘uitgewiste’ verleden, dat altijd in mijn hoofd aanwezig is als een ondoorzichtige grijze wolk? Waarom kan ik niet gewoon woedend op je zijn, of je, al is het maar een halfuurtje, gewoon eens lekker haten? Waarom kan ik niet anders dan je in bescherming nemen en zielsveel van je houden?

Met mijn moeder, 1981

De relatie met je moeder is een bijzondere. Ik bof met de mijne. Maar ook als de relatie complex of moeizaam is, of vol onuitgesproken zaken zoals bij Sonja. Het blijft je moeder. Een mooie rubriek in de weekend editie van NRC vind ik ‘Lessen van mijn moeder’. Ontroerend vond ik de bijdrage twee weken terug van theatermaakster Marjolijn van Heemstra:

Mijn moeder gaat me voor over een slingerpaadje tussen braamstruiken. Het begint langzaam licht te worden. Ik kijk naar haar bruine jas, haar rechte rug. Mijn open, ondoorgrondelijke moeder die met één blik kan vergeven en veroordelen. Mijn zachte, ernstige moeder om wie ik soms zo hard moet lachen dat ik er van huil.